Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.8.3:7.4.8.3 Enige praktische consequenties
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.8.3
7.4.8.3 Enige praktische consequenties
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456656:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 98 jo. 218 Sv.
Artikel 5:20 lid 2 Awb.
Vgl. Hallers e.a. 2002, p. 244.
Zie § 7.5.8.
Zie § 7.6.6.5.
Zie § 10.3.5.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het feit dat de onderzoekers gebonden zijn aan geheimhouding heeft een aantal praktische consequenties. De eerste is dat de onderzoekers ervoor moeten zorgen dat het dossier dat zij ten behoeve van het onderzoek aanleggen alleen toegankelijk is voor henzelf, hun medewerkers en eventuele ingeschakelde derden. De onderzoekers kunnen niet worden verplicht om de inhoud van hun dossier aan derden te verstrekken. In geval van een strafrechtelijk onderzoek tegen de rechtspersoon of eventuele andere betrokkenen kan het dossier van de onderzoekers niet in beslag worden genomen.1 Toezichthouders kunnen de onderzoekers evenmin verplichten het dossier aan hen over te leggen.2 Mochten de onderzoekers tijdens hun onderzoek op strafbare feiten stuiten die zijn gepleegd door de rechtspersoon, dan zijn zij niet gerechtigd van die strafbare feiten aangifte te doen. Uiteraard mogen zij wel, als dat voortvloeit uit de onderzoeksopdracht, in hun verslag feiten vermelden die mogelijk strafrechtelijk relevant zijn.3
De vertrouwelijkheid van het onderzoek brengt verder mee dat de onderzoekers niet alle correspondentie die zij met een partij bij het onderzoek of met de Ondernemingskamer voeren aan alle andere partijen in afschrift behoeven te verstrekken.4 Verder brengt de in acht te nemen vertrouwelijkheid mee dat de onderzoekers niet gehouden zijn partijen bij onderzoekshandelingen, zoals het horen van een partij of informant, aanwezig te laten zijn.5 Voorts zijn de onderzoekers niet verplicht om alle brondocumenten of gespreksverslagen waarop de onderzoekers hun bevindingen baseren als bijlage bij het verslag te voegen.6
Aandachtspunt 3.1 bevat niet meer dan een herhaling van het bepaalde in artikel 2:351 lid 3 BW. Uit het bovenstaande volgt dat dit Aandachtspunt als volgt zou kunnen worden aangescherpt en uitgewerkt:
De onderzoekers zorgen ervoor dat het onderzoeksdossier alleen toegankelijk is voor henzelf en door hen ingeschakelde derden.
De onderzoekers dragen het onderzoeksdossier niet af aan het Openbaar Ministerie of aan toezichthouders.