RvdW 2026/132:Beklag ex art. 98 lid 4 Sv jo. art. 552a Sv door advocaat tegen beslissing R-C dat OM en politie mogen kennisnemen van fragmenten van geluidsbestanden met gesprekken tussen klager, toenmalige kantoorgenoot en kantoordirecteur, die door anonieme afzender per e-mail aan Rijksrecherche zijn verzonden, i.v.m. verdenking tegen die kantoorgenoot t.z.v. (poging tot) oplichting van cliƫnt, dan wel (poging tot) omkoping van medewerker van Dienst Justitiƫle Inrichtingen. 1. Ontvankelijkheid beklag. Moest R-C beslissing nemen overeenkomstig art. 98 Sv en staat tegen die beslissing beklag open? 2. Doorbreking verschoningsrecht o.g.v. zeer uitzonderlijke omstandigheden. Bescherming van belangen van andere cliƫnten van advocaat dan cliƫnten die betrokken zijn bij strafbaar feit. Heeft Rb nagelaten gemotiveerd te beslissen op wat is aangevoerd over vermelding in geluidsfragmenten van namen van andere cliƫnten? Ad 1. Beklag is ontvankelijk om redenen vermeld in HR 9 december 2025, RvdW 2026/91. Ad 2. Klacht slaagt om redenen vermeld in HR 9 december 2025, RvdW 2026/91, m.b.t. in de kern gelijkluidend beklag van voormalige kantoorgenoot van klager. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met RvdW 2026/91.