RvdW 2024/698:Schuldheling van boot door als handelaar met 2 onbekende mannen deal te sluiten om boot met marktwaarde van € 15.000 in te ruilen tegen auto die verdachte wil verkopen (met bijbetaling), terwijl verkoper geen trailer heeft en geen nadere gegevens t.a.v. boot en eigen identiteit verstrekt en vervolgens (tevergeefs) is geprobeerd om boot uit water te takelen, art. 417bis lid 1 sub a Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Kon hof oordelen dat verdachte de boot voorhanden heeft gehad, nu laden van boot op trailer uiteindelijk niet is gelukt? 2. Onderzoeksplicht, ‘redelijkerwijs had moeten vermoeden’. Is verdachte in die mate tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht naar herkomst van boot dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft vastgesteld dat verdachte heeft geprobeerd om (samen met ander) boot uit water te takelen en geoordeeld dat verdachte door het uit water takelen boot voorhanden heeft gehad a.b.i. art. 417bis lid 1 sub a Sr. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat namens verdachte is aangevoerd dat het totaal niet lukte om boot op trailer te plaatsen, omdat ‘lier afbrak’, waaruit hof niet onbegrijpelijk heeft kunnen afleiden dat lier (met kabel) aan boot bevestigd is geweest en er ook aanvang met takelen is gemaakt (waardoor lier zou zijn afgebroken). Dat niet duidelijk is hoe lang het takelen heeft geduurd doet aan voorgaande niet af, temeer nu in het door verdediging geschetste scenario het mislukken van laden van boot op trailer niet van wil van verdachte afhankelijk was. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs vaststellingen houden in dat verdachte met een hem onbekend gebleven Poolse man, die gebrekkig Nederlands en Engels sprak, deal had gemaakt om boot met marktwaarde van € 15.000 te ruilen tegen auto die verdachte voor € 8.900 wilde verkopen (onder bijbetaling van € 3.100), dat deze boot ergens in water lag en daar door verdachte is bekeken, verkoper van boot geen trailer had en niet met nadere gegevens over boot (zoals bewijzen van eigendom of kentekenbewijs) kwam, terwijl bij sluiten van deal ook betalingswijze niet was geregeld. ’s Hofs oordeel dat onder deze omstandigheden een onderzoeksplicht bestond en niet is gebleken dat verdachte een onderzoek van betekenis naar verkoper en/of herkomst van boot heeft verricht, zodat verdachte met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld, is niet onbegrijpelijk en (ook in het licht van hetgeen door verdediging is aangevoerd) toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.