RvdW 2013/1140:Artikel 5, eerste lid, onder a voorziet in een uitzondering op het recht op vrijheid, namelijk in het geval van detentie na een veroordeling door een bevoegde rechter wegens schuld aan een strafbaar feit. Die detentie moet in een voldoende causaal verband staan tot die veroordeling. Dat verband kan ontbreken wanneer een voortgezette vrijheidsbeneming is gebaseerd op gronden die niet verenigbaar zijn met het doel van de oorspronkelijke straf of op een beoordeling die gelet op dat doel onredelijk is. Voorts is vereist dat de vrijheidsbeneming ‘lawful’ is, hetgeen in de eerste plaats betekent dat de nationale regels zijn nageleefd. Maar ook als die zijn nageleefd, is nog niet gezegd dat de vrijheidsbeneming altijd ‘lawful is’. Vrijheidsbeneming zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, mag namelijk ook niet willekeurig zijn.