Einde inhoudsopgave
RvdW 2013/1145
Een Oostenrijkse rechter krijgt tijdens een studiebezoek gemaakte onkosten niet vergoed. De daarop door hem geëntameerde procedure duurt in totaal bijna tien jaar. Gerekend vanaf het moment dat de bevoegde instantie over het inleidende verzoek beslist, duurt de procedure drie jaar en bijna drie maanden.
EHRM 11-12-2012, ECLI:CE:ECHR:2012:1211JUD003831406 (Gassner/Oostenrijk)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
11 december 2012
- Magistraten
I. Berro-Lefèvre, E. Steiner, N. Vajić, M.L. Trajkovska, J. Laffranque, L.-A. Sicilianos, E. Møse
- Zaaknummer
38314/06
- Roepnaam
Gassner/Oostenrijk
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2012:1211JUD003831406, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 11‑12‑2012
- Wetingang
Art. 6 lid 1 EVRM
Essentie
Gassner tegen Oostenrijk
Een Oostenrijkse rechter krijgt tijdens een studiebezoek gemaakte onkosten niet vergoed. De daarop door hem geëntameerde procedure duurt in totaal bijna tien jaar. Gerekend vanaf het moment dat de bevoegde instantie over het inleidende verzoek beslist, duurt de procedure drie jaar en bijna drie maanden.
EHRM: Het Hof acht de duur van de procedure, gerekend vanaf het moment dat de bevoegde instantie een beslissing heeft genomen en er derhalve sprake was van een ‘geschil’ in de zin van art. 6 lid 1 van het EVRM, niet bijzonder lang. Het Hof merkt wel op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.