RvdW 2026/98:Overval in 2016 in Amsterdam op waardetransport van luxegoederen (horloges en sieraden) door tijdens rit in bestelbus te stappen en deze met medeverdachte (bestuurder van bestelbus) en bijrijder naar afgelegen plek te dirigeren, waarna luxegoederen zijn buitgemaakt, bijrijder is bedreigd, van zijn vrijheid is beroofd en onder bedreiging zijn mobiele telefoon moest afgeven, en bestelbus door overvallers is leeggehaald en in brand gestoken, terwijl medeverdachte en bijrijder nog in bestelbus zaten. Medeplegen brandstichting, art. 157 lid 2 Sr. Bewijsklacht t.a.v. ‘te duchten levensgevaar’ a.b.i. art. 157 Sr. Kon hof oordelen dat levensgevaar voor bijrijder te duchten was en dat dit voor verdachte en medeverdachten t.t.v. brandstichting voorzienbaar was, nu broer van verdachte (medeverdachte) naast bijrijder in bestelbus zat? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/99 en RvdW 2026/100.