Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang
Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/7.3.1:7.3.1 Inleiding
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/7.3.1
7.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS349221:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De toegang tot en de reikwijdte van het enquêterecht zijn begrensd. Voor het doel van dit onderzoek zijn de begrenzingen aan drie aspecten van het enquêterecht relevant. In de eerste plaats is relevant of de toegang tot het enquêterecht is beperkt tot aan deelhouders of ook kan worden verleend aan houders van economische belangen bij aandelen en of voor toegang van aandeelhouders is vereist dat zij het economische belang bij hun aandelen hebben. In de tweede plaats is relevant wiens gedragingen kunnen leiden tot een onderzoek en wiens gedragingen voorwerp kunnen zijn van onderzoek in een enquêteprocedure: alleen gedragingen van aandeelhouders (met en/ of zonder economisch belang) of ook gedragingen van houders van economische belangen bij aandelen? In de derde plaats, in het verlengde daarvan, is relevant in hoe verre de in een enquête te treffen voorzieningen betrekking kunnen hebben op houders van economische belangen bij aandelen. (Dat voorzieningen kunnen worden getroffen met betrekking tot aandeelhouders die geen of zelfs een netto negatief economisch belang bij hun aandelen hebben, lijkt mij niet te betwijfelen.)
De toegang tot het enquêterecht kwam ook aan de orde in paragraaf 4.3. Daar werden uit de enquêterechtelijke jurisprudentie van Scheipar tot Slotervaartziekenhuis, waarin rekening wordt gehouden met bepaalde economische belangen bij aandelen, enkele kenmerken afgeleid teneinde structuur aan te brengen in de verscheidenheid van synthetische (economische) belangen. In deze paragraaf 7.3 komt het enquêterecht weer aan bod. Nu gaat het erom in hoeverre het enquêterecht, blijkens de wettekst voorbehouden aan aandeelhouders en certificaathouders, van toepassing kan zijn op de houders van synthetische (economische) belangen die in hoofdstuk 2 werden beschreven en op aandeelhouders zonder economisch belang of met netto negatief economisch belang. Daarbij komen de in paragraaf 4.3 onderscheiden kenmerken weer van pas, maar ook de kenmerken afgeleid uit de inbedding van certificaten in Boek 2 BW en uit de meldingsplichten.