Einde inhoudsopgave
RvdW 2009, 516
Geen gebondenheid derde-verkrijger aan persoonlijk recht; onrechtmatige daad derde-verkrijger?; onbegrijpelijk oordeel.
HR 10-04-2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1197 (Noorlander/Ligtvoet)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 april 2009
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk
- Zaaknummer
07/13121
- Conclusie
A-G Spier
- LJN
BH1197
- Roepnaam
Noorlander/Ligtvoet
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2009:BH1197, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10ā04ā2009
ECLI:NL:PHR:2009:BH1197, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23ā01ā2009
Beroepschrift, Hoge Raad, 29ā10ā2007
- Wetingang
BW art. 6:162
Essentie
Geen gebondenheid derde-verkrijger aan persoonlijk recht; onrechtmatige daad derde-verkrijger?; onbegrijpelijk oordeel.
ās Hofs oordeel dat een koper in het algemeen niet aan een obligatoire verbintenis tussen de verkoper en een derde is gebonden doch dat de bijzondere omstandigheden van dit geval dit anders maken, is onbegrijpelijk. De omstandigheid dat de koper, de dochter van de verkoper, op de hoogte was van het conflict tussen de verkoper en de derde en de rechterlijke uitspraken die inhielden dat de verkoper het gebruik van het perceel door de derde moest dulden, zijn onvoldoende voor de gevolgtrekking dat de koper in strijd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.