Einde inhoudsopgave
RvdW 2009, 514
Schadevergoeding bij overlijden. Schade door derven levensonderhoud; maatstaf; verplichting met gemengd karakter: volledige schadevergoeding en alimentatierechtelijk karakter; vereiste van behoeftigheid; 'hetgeen overledene feitelijk placht te verstrekken': uitsluitend financiƫle bijdragen?
HR 10-04-2009, ECLI:NL:HR:2009:BG8781 (Philip Morris/Bolink)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 april 2009
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
07/11948
- Conclusie
A-G Rank-Berenschot
- LJN
BG8781
- Roepnaam
Philip Morris/Bolink
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Personen- en familierecht (V)
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2009:BG8781, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10ā04ā2009
ECLI:NL:PHR:2009:BG8781, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19ā12ā2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 17ā08ā2007
- Wetingang
art. 6:108 BW
Essentie
Schadevergoeding bij overlijden. Schade door derven levensonderhoud; maatstaf; verplichting met gemengd karakter: volledige schadevergoeding en alimentatierechtelijk karakter; vereiste van behoeftigheid; 'hetgeen overledene feitelijk placht te verstrekken': uitsluitend financiƫle bijdragen?
De verplichting tot schadevergoeding als neergelegd in art. 6:108 BW lid 1 onder a BW heeft een gemengd karakter. Enerzijds dient de omvang van die plicht ā die in beginsel strekt tot volledige schadevergoeding ā te worden bepaald door de bijdrage die de overleden echtgenoot zou hebben geleverd in het levensonderhoud van de achterblijvende partij te vergelijken met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.