NJB 2026/358:Ne bis in idem art. 68 Sr en tweemaal veroordeling wegens deelneming aan een criminele organisatie art. 140 Sr: dezelfde organisatie, hetzelfde feit? Herhaling en toepassing bestendig kader met vergelijkingsfactoren voor de beoordeling of sprake is van ‘hetzelfde feit’. Vuistregel is dat een aanzienlijk verschil in de juridische aard van de feiten en/of in de gedragingen tot de slotsom kan leiden dat geen sprake is van ‘hetzelfde feit’ in de zin van artikel 68 Sr. In casu is de juridische aard van het tenlastegelegde in deze zaak en in de andere zaak in zoverre niet verschillend dat beide betrekking hebben op art. 140 Sr. Toch is geen sprake van hetzelfde feit. Daarvoor is van belang dat de andere zaak de deelneming aan de op drugshandel gerichte organisatie betreft, terwijl deze zaak om de deelneming aan de op het plegen van geweld gerichte organisatie draait. Deze deelnemingen staan niet in zodanig verband met elkaar dat moet worden gesproken van één feitencomplex en er is dus sprake van een aanzienlijk verschil in de gedragingen van de verdachte waarop de onderscheiden tenlasteleggingen betrekking hebben. Daaraan doet niet af dat in deze zaak aanvankelijk sprake was van een samenwerkingsverband dat zich uitsluitend bezighield met drugshandel en dat men zich, als gevolg van gewijzigde omstandigheden, vanuit dit samenwerkingsverband, zij het in een gedeeltelijk andere samenstelling, ook ging richten op (de voorbereiding van) geweldsdelicten. Zo’n omstandigheid staat er immers niet aan in de weg dat een verdachte wordt verweten aan meerdere organisaties in de zin van art. 140 Sr te hebben deelgenomen, mits in feitelijk opzicht een voldoende duidelijk verschil kan worden gemaakt wat betreft de misdrijven waarop de organisatie het oogmerk heeft, en de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van dat oogmerk, één en ander zoals omschreven in de betreffende tenlasteleggingen. CAG: anders.