Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/5.5.3:5.5.3 Schriftelijk reageren op een tweedefaseverzoek
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/5.5.3
5.5.3 Schriftelijk reageren op een tweedefaseverzoek
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453052:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 28 januari 2015, ARO 2015/82 (Proxy Holding c.s.), r.o. 1.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het komt soms voor dat de onderzoeker schriftelijk reageert op een tweedefaseverzoek. In de Proxy Holding c.s.-beschikking merkte de Ondernemingskamer op dat de onderzoeker dat heeft gedaan.1 Uit de beschikking blijkt niet of de onderzoeker spontaan op het tweedefaseverzoek heeft gereageerd of op verzoek van de Ondernemingskamer. Naar mijn mening bestaat er geen bezwaar tegen indien de Ondernemingskamer de onderzoeker vraagt schriftelijk te reageren op de stellingen van partijen in de tweedefaseprocedure. Er is geen principieel verschil tussen het stellen van vragen aan de onderzoeker op de mondelinge behandeling of het stellen van schriftelijke vragen voorafgaand aan de mondelinge behandeling. Uiteraard zal de Ondernemingskamer er wel voor moeten zorgen dat hoor en wederhoor wordt toegepast. Ik meen dat de Ondernemingskamer de brief waarin zij de onderzoekers vraagt te reageren, in afschrift moet sturen aan alle partijen en zich ervan moet vergewissen dat het antwoord van de onderzoekers ook beschikbaar is voor partijen. Ik ga er daarbij van uit dat het verslag voor alle partijen ter inzage heeft gelegen. Is dat niet het geval, dan kan ik mij voorstellen dat partijen waarvoor het verslag niet ter inzage lag, ook geen afschrift krijgen van de schriftelijke reactie van de onderzoekers.