Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/5.2.1
5.2.1 Beschrijving
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455470:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De Bock 2011, p. 289. Het staat de rechter overigens vrij ook ter beantwoording van zuiver juridische vragen een deskundigenbericht in te winnen. Zie HR 2 februari 1990, NJ 1991/1, m.nt.J.B.M. Vranken (Staat/Stichting Natuur en Milieu e.a.). In de praktijk komt dat nauwelijks voor, zodat ik deze uitzonderingssituatie verder onbesproken laat.
De Bock 2011, p. 294-298.
Zo ook Hof Leeuwarden, 18 september 2012, JAR 2012/274 (Naaijer/Mulder Schilders/Bodewes),r.o. 12.
Uiteraard is het uiteindelijk de rechter die de feiten vaststelt en niet de deskundige. In de praktijk zal een rechter in de situaties waarin hij zich met het oog op de feitenvaststelling genoodzaakt ziet een deskundigenbericht te gelasten, echter niet of nauwelijks van de feitenvaststelling door de deskundige kunnen afwijken.
De Groot 2008, p. 136-137; De Bock 2011, p. 298-302 met verdere verwijzingen.
Artikel 194 lid 1 Rv bepaalt dat de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een bericht of een verhoor van deskundigen kan bevelen, alsmede dat het vonnis de punten vermeldt waarover het oordeel van deskundigen wordt gevraagd. Artikel 202 Rv bepaalt dat voordat een zaak aanhangig is, of tijdens een reeds aanhangig geding, op verzoek van een belanghebbende respectievelijk een partij een voorlopig bericht of een verhoor van deskundigen kan worden bevolen. De rechter heeft daarbij de keuze om de deskundigen mondeling, op een zitting, dan wel schriftelijk te laten rapporteren. In de praktijk komt het in civiele handelszaken niet of nauwelijks voor dat de rechter een verhoor van deskundigen gelast. In het navolgende zal ik daarom alleen op het deskundigenbericht ingaan. Als het deskundigenbericht gereed is, moeten de deskundigen dit schriftelijk inleveren bij de rechter die hen heeft benoemd (zie artikel 194 lid 2 Rv). De rechter kan, aldus artikel 194 lid 5 Rv, op verzoek van een partij of ambtshalve, aan de deskundige het geven van nadere mondelinge of schriftelijke toelichting of aanvulling bevelen, dan wel, na overleg met partijen, een of meer andere deskundigen benoemen.
Om vast te stellen wat de taken van de deskundigen zijn, is het nodig om eerst vast te stellen wat het doel is dat de rechter met het inwinnen van een deskundigenbericht beoogt. Dat doel is het hem mogelijk maken zo veel mogelijk de correcte feiten vast te stellen. Het deskundigenbericht dient dus de waarheidsvinding. De rechter zal overgaan tot het inwinnen van een deskundigenbericht als de feitenvaststelling bijzondere of specialistische kennis vergt waarover de rechter niet beschikt.1
Epistemologisch (of kennistheoretisch) is het deskundigenbericht een verklaring van de deskundige waarop de rechter zijn beslissing baseert.2 Die verklaring van de deskundige bevat enerzijds feiten en anderzijds de mening (of de conclusie of het oordeel) van de deskundige ten aanzien van die feiten. Het is denkbaar dat de deskundige de feiten aangeleverd krijgt door de rechter die deze in een tussenvonnis heeft vastgesteld, en dat hij alleen zijn oordeel ten aanzien van die feiten behoeft te geven. Die situatie zal zich echter alleen bij hoge uitzondering voordoen. Normaal gesproken zal de rechter de deskundige juist ook inschakelen om vast te stellen wat de feitelijke toedracht is van een gebeurtenis die in het verleden heeft plaatsgevonden, of wat de toestand is, of naar verwachting in de toekomst zal zijn, van een (roerende of onroerende) zaak, een organisatie of een persoon. Er zijn namelijk genoeg situaties waarin de vaststelling van de feiten een deskundigheid vereist waarover de rechter niet beschikt. Als voorbeeld noem ik het in een letselschadezaak na een auto- ongeluk vaststellen welke beperkingen de gelaedeerde heeft en of die beperkingen veroorzaakt kunnen zijn door het ongeluk dat de gelaedeerde heeft gehad. Voor het laatste is een oordeel van een deskundige (een arts) vereist. Dat oordeel kan de arts evenwel niet vellen als hij niet eerst feitelijk heeft vastgesteld welke fysieke (of psychische) beperkingen de gelaedeerde heeft. De taak van de deskundige is dus enerzijds het, binnen het kader van de onderzoeksopdracht, vaststellen van feiten, en anderzijds het geven van een deskundig oordeel over die feiten. Feitenvaststelling en oordeelsvorming zijn daarbij met elkaar verweven. Wat de deskundige naar mijn mening niet zou moeten doen, is het kwalificeren van de feiten, waaronder ik versta het juridisch kwalificeren.3 Het is aan de rechter om vast te stellen welke rechtsgevolgen zijn verbonden aan de door de deskundige vastgestelde feiten4 en diens beoordeling daarvan.
Het deskundigenbericht is meer dan alleen een verklaring van de deskundige. Het heeft ook een functie in de procedure; het is een processtuk waarop de rechter zijn beslissing baseert. Het procesrechtelijk karakter van het deskundigenbericht in de civiele procedure is tweeledig.
Het deskundigenbericht is in de eerste plaats een advies aan of een middel ter voorlichting van de rechter. Pas in de tweede plaats is het een bewijsmiddel.5 Voor de deskundige is dit onderscheid, voor zover het al te maken valt, niet van groot belang. Voor de rechter is het dat evenmin. Waar het om gaat, is of de rechter op basis van het deskundigenbericht een beslissing kan nemen. Het is de functie van het deskundigenbericht die wezenlijk is: niet de kwalificatie.6 Dat betekent dat de deskundige de door de rechter geformuleerde onderzoeksopdracht moet uitvoeren. Alsde deskundige dat overeenkomstig de aan hem gegeven opdracht heeft gedaan, is het aan de rechter om te beslissen wat dit betekent voor de vordering of het verzoek waarover hij moet beslissen.