Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.2.3:7.2.3 Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.2.3
7.2.3 Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455454:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken is geënt op de gedragscode van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD),1 omdat wordt beoogd op termijn te komen tot één universele gedragscode voor gerechtelijk deskundigen.2 De gedragscode is in 2012 gepubliceerd en behandelt voor een deel dezelfde onderwerpen als de oudere Leidraad deskundigen in civiele zaken. Dat is verwarrend, omdat de bepalingen in beide richtlijnen voor deskundigen soms niet helemaal gelijk zijn. Het is ook weinig gebruiksvriendelijk voor deskundigen, omdat zij ook worden geacht zich te houden aan de Leidraad deskundigen in civiele zaken. Dit betekent dat zij twee, redelijk omvangrijke documenten, moeten raadplegen en de inhoud daarvan moeten naleven. In het navolgende zal ik de voor de vergelijking met de uitvoering van het onderzoek in de enquêteprocedure belangrijkste bepalingen uit de gedragscode bespreken.
Artikel 2 bepaalt dat de deskundige zich bij de uitvoering van de opdracht steeds opstelt als een onafhankelijk, onpartijdig, zorgvuldig, vakbekwaam en integer deskundige. Dit zijn de kernwaarden waaraan deskundigen moeten voldoen.3 In de daaropvolgende bepalingen worden deze kernwaarden geconcretiseerd in gedragsregels.
Artikel 3.1 bepaalt dat de deskundige zelfstandig tot een op zijn deskundigheid gebaseerd oordeel komt, daarover informatie geeft en daarover verslag uitbrengt. Artikel 3.3 bepaalt dat de deskundige niet bevooroordeeld of vooringenomen is, geen inhoudelijk belang heeft bij het uitvoeren van de opdracht en zich aangaande zijn onderzoek, de resultaten ervan en de daarop gebaseerde conclusies niet laat leiden door een inhoudelijk belang van een of meer bij de zaak betrokken partijen, de opdrachtgever of enige derde. Artikel 3.4 bepaalt dat de deskundige iedere relevante beïnvloeding of poging daartoe bij de uitvoering van de opdracht onverwijld schriftelijk meldt aan de opdrachtgever, ook als de beïnvloeding of poging daartoe uitgaat van de opdrachtgever. Ik begrijp niet wat ik mij moet voorstellen bij beïnvloeding of een poging daartoe van de opdrachtgever, die bij het deskundigenonderzoek in de civiele procedure per definitie de rechter is. De artikelen 3.5 en 3.6 hebben betrekking op conflicterende belangen. De deskundige dient een (potentieel) conflict van belangen onverwijld schriftelijk te melden aan zijn opdrachtgever. Hij moet voorts onverwijld aan zijn opdrachtgever melden dat hij op enigerlei wijze betrokken is (geweest) bij de desbetreffende zaak of bij een eerder onderzoek waarbij een der partijen of het onderwerp van geschil betrokken was.
Artikel 4.2 lid 1 bepaalt dat de deskundige de opdracht persoonlijk vervult. Het tweede lid bepaalt dat als de deskundige zich bij de uitvoering van de opdracht door een derde laat bijstaan, hij dit doet in overeenstemming met de daartoe metde opdrachtgever gemaakte afspraken. Deze bepaling wijkt af van het bepaalde in hoofdstuk 10 van de Leidraad deskundigen in civiele zaken, dat de deskundige, na overleg met partijen, de vrijheid laat een hulppersoon in te schakelen zonder voorafgaand overleg met het gerecht.
De artikelen 4.3-4.7 en 4.10 zijn vooral relevant voor deskundigen die een technisch of medisch onderzoek doen. Onderwerpen die aan de orde komen, zijn eventuele afwijkingen van de in de uitoefening van het beroep van de deskundige geldende normen, het zorg dragen voor de kwaliteit van het onderzoek en het omgaan met het verzamelde onderzoeksmateriaal.
Artikel 4.8 bepaalt dat de deskundige bij onduidelijkheden aan de opdrachtgever een schriftelijke verheldering van de te geven, dan wel gegeven, opdracht verzoekt. Indien de opdracht om wat voor reden dan ook niet uitvoerbaar is, dient de deskundige dat, aldus artikel 4.9, onder opgave van redenen schriftelijk aan de opdrachtgever te melden. Artikel 4.11 bepaalt dat de deskundige het onderzoek, de informatie en het verslag beperkt tot hetgeen voor het volbrengen van de opdracht noodzakelijk is. Artikel 4.12 bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden open en zichtbaar voor alle partijen verricht. Dat impliceert dat de deskundige partijen zo mogelijk in elkaars aanwezigheid hoort, hen in de gelegenheid stelt op- en aanmerkingen op het conceptverslag te maken, hun opmerkingen op het conceptverslag weergeeft in zijn verslag, met vermelding van zijn gemotiveerde reactie hierop, en verslag legt van elk contact met partijen. Wat betreft de wijze waarop de deskundige kan reageren op de opmerkingen en verzoeken van partijen wijkt deze bepaling af van de Leidraad deskundigen in civiele zaken, die de deskundigen tevens de keuze biedt aan het rapport een bijlage te hechten waarin zij reageren op de opmerkingen en verzoeken.4