Einde inhoudsopgave
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/VIII.4.4.2
VIII.4.4.2 Voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling
J.H.B. Bemelmans, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
J.H.B. Bemelmans
- JCDI
JCDI:ADS593986:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 17 november 2011, Stb. 2011, 545, inwerkingtreding op 1 april 2012, Stb. 2011, 615.
Ook blijkens de memorie van toelichting heeft de schorsingsregeling bij de vormgeving tot voorbeeld gestrekt, zie Kamerstukken II 2009/10, 32 319, nr. 3, p. 11.
Kamerstukken II 2009/10, 32 319, nr. 4, p. 2-3. Zie naar aanleiding daarvan ook de vaste Kamercommissie voor veiligheid en justitie, Kamerstukken II 2009/10, 32 319, nr. 6, p. 13-14 en de opmerkingen in de Eerste Kamer: Handelingen I 8 november 2011, p. 17 en 19.
Zie het regeringsstandpunt in Kamerstukken II 2009/10, 32 319, nr. 3, p. 11-12; Kamerstukken II 2010/11, 32 319, nr. 7, p. 25-26; Kamerstukken I 2010/11, 32 319, nr. C, p. 12-13.
In 2011 is de regeling van de voorwaardelijke veroordeling en voorwaardelijke invrijheidstelling herzien.1 Eén van de meest ingrijpende wijzigingen is de invoering van de mogelijkheid tot voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke vrijheidsstraf in artikel 14fa Sr. Bij een ernstig vermoeden dat een voorwaarde niet is nageleefd, kan het Openbaar Ministerie de verdachte aanhouden. De rechter-commissaris beslist vervolgens over de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis. De regeling vertoont gelijkenissen met de reeds bestaande schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling (art. 15h Sr).2 De Raad van State adviseerde over de voorlopige tenuitvoerlegging negatief. Deze zou bij schending van de algemene voorwaarde onverenigbaar zijn met artikel 6 lid 2 EVRM.3
De regering meende echter dat in dit opzicht geen problemen in Straatsburg te verwachten zijn.4 Inderdaad verschilt de voorlopige tenuitvoerlegging van de in de vorige subparagraaf besproken kwestie, omdat in dit verband van de rechter-commissaris niet wordt verlangd dat hij de schuld van de verdachte aan het nieuwe strafbare feit vaststelt. Voldoende voor de voorlopige tenuitvoerlegging is dat een ernstig vermoeden van zo’n feit bestaat. Het oordeel van de rechter-commissaris is in zoverre vergelijkbaar met een in het kader van dwangmiddelen te vellen oordeel over het bestaan van ernstige bezwaren. Volgehouden kan derhalve worden dat enkel sprake is van een bejegening als verdachte en niet als schuldige aan het nieuwe feit. Dat verschil in bewoordingen tussen een uitspraak over de mate van verdenking en een schuldoordeel is in de Straatsburgse jurisprudentie het dominante criterium. Schending van artikel 6 lid 2 EVRM is daarom niet te verwachten.
Dat neemt niet weg dat met deze wetgeving wordt gekort op de behandelingsdimensie als theoretisch uitgangspunt en op de daaraan ten grondslag liggende waarden. Anders dan bij de beslissing een verdachte wegens ernstige bezwaren voorlopig te hechten, hoeft voor de voorlopige tenuitvoerlegging van de straf geen gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid te bestaan. Bestaat zo’n reden wel, dan zal doorgaans voorlopige hechtenis mogelijk zijn. De invoering van de voorlopige tenuitvoerlegging is dan ook niet bedoeld als veiligheidsmaatregel, maar streeft volgens de regering vergroting van de geloofwaardigheid van de voorwaardelijke veroordeling na. Blijkens de memorie van toelichting is het erom te doen de tenuitvoerlegging zo spoedig mogelijk te laten volgen op de overtreding van de voorwaarden.5 Kortom, de verdachte wordt van zijn vrijheid beroofd vanwege het begaan van een strafbaar feit, teneinde hem direct de consequenties van zijn delict te doen voelen, nog voordat zijn schuld aan dat strafbare feit overeenkomstig de daarvoor bestemde procedure is vastgesteld. Dat is niet goed anders te begrijpen dan als bejegening als schuldige aan een strafbaar feit. Formeel wordt die strafexecutie natuurlijk nog gedragen door het begaan van het eerste feit, maar het moge duidelijk zijn dat de behandelingsdimensie meer materieel beschouwd met deze wetgeving onder druk wordt gezet.