Openbaarmaking van koersgevoelige informatie
Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/9.4.1:9.4.1 Inleiding
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/9.4.1
9.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS493880:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wie titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht doorbladert, ziet veeleer een ambtenaar voor zich die een controle uitvoert op de naleving van vergunningvoorschriften op een vissersboot of in een horecagelegenheid dan een toezichtsmedewerker van de AFM die een controle uitvoert bij een uitgevende instelling op de naleving van de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie.
Zie Kamerstukken II, 2003-2004, 29 708, nr. 3, p. 42.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij een beschrijving van de toezichtsbevoegdheden van de AFM dient een onderscheid te worden gemaakt tussen: (i) de bevoegdheden die aan de AFM als zodanig toekomen (zie § 9.4.2) en (ii) de bevoegdheden die toekomen aan bepaalde functionarissen van de AFM (de zogeheten `toezichtsmedewerkers') (zie § 9.4.3). De reden voor dit onderscheid is dat de AFM als rechtspersoon weliswaar in de Wet op het financieel toezicht is aangewezen als toezichthouder (art. 1:25 lid 2 Wft), maar dat de AFM niet kwalificeert als toezichthouder als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Onder het begrip 'toezichthouder' wordt volgens art. 5:11 Awb namelijk verstaan:
"een persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift."
Uit het stelsel van titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht, dat is gewijd aan het nalevingstoezicht, volgt dat uitsluitend natuurlijke personen toezichthouder kunnen zijn als bedoeld in art. 5:11 Awb.1 Omdat een bestuursorgaan dat in bijzondere wetgeving met toezicht is belast, daarom niet tevens als toezichthouder in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt, kan de AFM zelf geen toezichtsbevoegdheden aan de Algemene wet bestuursrecht ontlenen. Teneinde te bereiken dat de toezichtsmedewerkers van de AFM over de in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen toezichtsbevoegdheden kunnen beschikken, is in art. 1:72 lid 1 Wft bepaald dat degenen die bij besluit van de AFM daartoe zijn aangewezen, belast zijn met het toezicht op de naleving van de bij en krachtens de Wet op het financieel toezicht gestelde regels. Een dergelijk aanwijzingsbesluit kan zowel categoraal (een dienst of organisatieonderdeel van de AFM) als individueel (bij naam of functieaanduiding) geschieden.2