Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/14.2.1.2:14.2.1.2 Het beeld van het Duitse recht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/14.2.1.2
14.2.1.2 Het beeld van het Duitse recht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90985:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Duitse recht toont een beeld waarin de leverancier met het eigendomsvoorbehoud op eenvoudige wijze een ruime voorrangspositie op de oorspronkelijke zaken kan bedingen.1 De wet beperkt de voorrangspositie ‘achteraf’ door middel van het leerstuk van Übersicherung en de beperkingen bij de effectuering van het eigendomsvoorbehoud. Het Duitse recht kent geen bescherming van rechtswege door middel van een recht van reclame of voorrecht.
Bij natrekking, zaaksvorming, eigenlijke en oneigenlijke vermenging en doorverkoop zet de voorrangspositie van de leverancier zich in de meeste gevallen voort op het economische surrogaat van de geleverde zaak. Deze situaties doen daarom veelal geen afbreuk aan deze voorrangspositie. Deze verlenging van de voorrangspositie geschiedt op verschillende wijzen op grond van de wet, partijafspraken en rechtspraak van het BGH.
In het geval van natrekking wordt de voorrangspositie van de leverancier gecontinueerd, omdat de eigenaren van de bestanddelen in beginsel mede-eigenaren van de eenheidszaak worden. De eigendomstoewijzing op grond van de wet leidt tot een verlenging van de voorrangspositie tot de eenheidszaak. Slechts in uitzonderingsgevallen wordt een hoofdzaak aangewezen en verliest de leverancier zijn voorbehouden eigendom met betrekking tot het nagetrokken bestanddeel.2 Daarnaast vormt natrekking überhaupt een klein risico voor de voorrangspositie voor de leverancier. De lat voor bestanddeelvorming ligt namelijk hoog op grond van de wet en rechtspraak van het BGH. Het moet gaan om een wezenlijk bestanddeel. Hiervan is slechts sprake als afscheiding van het ‘bestanddeel’ leidt tot een vernietiging van de eenheidszaak of het afgescheiden bestanddeel, of indien één van deze zaken na afscheiding niet opnieuw op een economisch zinvolle wijze kan worden gebruikt. Een motor in een auto is bijvoorbeeld geen wezenlijk bestanddeel. Het doel van het restrictieve toepassingsbereik van natrekking is de bescherming van de belangen van de leverancier die zaken onder eigendomsvoorbehoud heeft geleverd aan een fabrikant.
Ook bij eigenlijke en oneigenlijke vermenging verkrijgt de leverancier in beginsel een aandeel in de mede-eigendom op grond van de wet, zodat zijn voorrangspositie zich verlengt tot het vermengde geheel. Kan de leverancier echter de omvang van zijn aanspraak niet bewijzen, dan verkrijgt hij op grond van de rechtspraak van het BGH geen aandeel in de mede-eigendom. Dit vormt een uitzondering op de continuering van de voorrangspositie, en speelt met name bij oneigenlijke vermenging. In de literatuur wordt echter verdedigd dat in deze situatie de leverancier ook een aandeel in de mede-eigendom moet verkrijgen en zijn aanspraak niet mag verliezen. Een andere (beperkte) uitzondering op de verlenging van de voorrangspositie doet zich voor als sprake is van vermenging met een hoofdzaak. De leverancier verliest zijn zekerheid op het ‘bestanddeel’, tenzij zijn zaak als de hoofdzaak wordt aangemerkt.3
Bij zaaksvorming en doorverkoop kan de leverancier zijn voorrangspositie contractueel verlengen tot het surrogaat. De leverancier kan de nieuw gevormde zaak of de vordering uit doorverkoop tot zekerheid aan hem laten overdragen. Een eerdere (alomvattende) zekerheidsoverdracht gaat niet in rang voor de overdracht aan de leverancier. Het BGH heeft in deze gevallen een uitzondering aangenomen op de prioriteitsregel ten gunste van de leverancier.4
Met deze verschillende verlengingsmogelijkheden laat het Duitse recht zien dat het verlengen van de voorrangspositie voor leverancierskrediet een keuze is van de wetgever en rechter voor de goederenrechtelijke bescherming van leverancierskrediet.