Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/14.2.1.3:14.2.1.3 Het beeld van het Belgische recht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/14.2.1.3
14.2.1.3 Het beeld van het Belgische recht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90984:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Belgische recht toont een beeld van meerdere rechtsfiguren die voorrang toekennen aan de kredietverstrekkende leverancier: het eigendomsvoorbehoud, recht van reclame en voorrecht van de onbetaalde verkoper. De leverancier lijkt zich ook een registerpandrecht te kunnen voorbehouden.1
Het eigendomsvoorbehoud en het registerpandrecht kennen vormvereisten. Het eigendomsvoorbehoud moet schriftelijk worden bedongen en het registerpandrecht dient te worden ingeschreven in het Pandregister. Het recht van reclame en het voorrecht van de onbetaalde verkoper komen van rechtswege toe aan de leverancier.
Met uitzondering van het registerpandrecht, strekken deze rechtsfiguren slechts tot zekerheid van de koopprijsvordering van de geleverde zaken. De wet vereist een directe nauwe band tussen de gesecureerde vordering en het onderpand.2
In geval van natrekking, eigenlijke en oneigenlijke vermenging, zaaksvorming en doorverkoop wordt de voorrangspositie van de leverancier verlengd tot het surrogaat van de geleverde zaken op grond van de wet.
Bij natrekking en zaaksvorming bepaalt de wet dat het zekerheidsrecht van de leverancier komt te rusten op de eenheidszaak of de nieuwe zaak. Met deze regeling beoogt de wetgever de leverancier te beschermen tegen het verlies van het zekerheidsrecht en om de bewerking van zaken te stimuleren. Zijn echter ook zaken van derden gebruikt, dan verkrijgt de leverancier slechts een zekerheidsrecht op het surrogaat indien zijn geleverde zaak als de hoofdzaak wordt aangewezen. In de overige gevallen verkrijgt de leverancier geen zekerheidsrecht, maar een vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking op de schuldeiser wiens zekerheidsrecht zich voortzet op de nieuwe zaak of eenheidszaak.3
Worden de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken eigenlijk of oneigenlijk vermengd, dan verkrijgt de leverancier een aandeel (tot zekerheid) in de eenheidszaak naar rato van de waarde van de oorspronkelijke zaken. In het geval van vermenging van zaken van de leverancier en de koper ontstaat zelfs numerieke mede-eigendom. Dit betekent dat de leverancier een aandeel verkrijgt ter grootte van de waarde van zijn geleverde en onbetaald gebleven zaken, en niet naar rato van de waarde van de oorspronkelijke zaken van de leverancier en de koper. De koper verkrijgt een aandeel ter grootte van de ‘rest’. Op deze wijze komt een waardevermindering of het verlies van (een gedeelte van) de zaken voor rekening van de koper.4
Verkoopt de koper de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken door aan een afnemer, dan wordt de leverancier van rechtswege zekerheidseigenaar van de vordering uit doorverkoop op de afnemer. Andere schuldeisers van de koper kunnen hierop geen zekerheidsrecht verkrijgen, omdat de koper geen rechthebbende van de vordering is. Dit leidt uitzondering als een schuldeiser een geslaagd beroep op derdenbescherming doet. Betreft het een doorverkoop van zaken waarvoor de leverancier het voorrecht van de onbetaalde verkoper heeft, dan verkrijgt de leverancier een voorrecht ten aanzien van de vordering uit doorverkoop als surrogaat van de geleverde zaken. Aan dit voorrecht blijft superprioriteit verbonden, zodat de leverancier met voorrang voor andere zekerheidsnemers wordt voldaan uit de opbrengst van deze vordering.5