Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/5.1.4:5.1.4 Plan van aanpak
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/5.1.4
5.1.4 Plan van aanpak
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459104:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In § 5.2 bespreek ik de taken van deskundigen in de civiele procedure en enige verschillen tussen het deskundigenonderzoek in de civiele procedure en het enquêteonderzoek. Vervolgens beschrijf ik de taken die de onderzoekers in de jurisprudentie van de Ondernemingskamer hebben gekregen en voorzie ik die van een kritisch commentaar. Onder taken versta ik in dit verband wat de onderzoekers moeten doen, en ik bespreek hier dus niet welke bevoegdheden zij hebben, hoe zij die taken moeten uitoefenen en hoe zij daarover moeten rapporteren. Deze onderwerpen komen in de hoofdstukken 6, 7 en 10 aan de orde.
Er zijn taken die de onderzoekers in elk onderzoek moeten uitvoeren: het vaststellen van feiten, het geven van een oordeel daarover, het opstellen van een verslag en de inlevering daarvan ter griffie. Deze vaste taken van de onderzoekers komen aan de orde in § 5.3. In die paragraaf ga ik voorts in op de vraag of de onderzoekers het handelen van de rechtspersoon moeten kwalificeren, dat wil zeggen zich al dan niet moeten uitlaten over de vraag of de rechtspersoon zich aan wanbeleid schuldig heeft gemaakt. Naast deze vaste taken, die de onderzoekers dus in elke enquête moeten uitvoeren, zijn er taken die de onderzoekers volgens de jurisprudentie van de Ondernemingskamer en de Aandachtspunten soms moeten of kunnen uitoefenen. Daarbij kan worden gedacht aan adviseren over te treffen maatregelen en het vaststellen van individuele verantwoordelijkheid voor mogelijk blijkend wanbeleid. Deze incidentele taken bespreek ik in § 5.4. Na de inlevering van het verslag ter griffie zijn de onderzoekers nog niet helemaal klaar. De taken die zij daarna nog hebben, komen aan de orde in § 5.5.
Een paar onderwerpen die aan de taak van de onderzoekers raken, behandel ik niet hier, maar in andere hoofdstukken. Allereerst is dat de vraag of de onderzoekers gebonden zijn aan de onderzoeksopdracht.1 Verder bespreek ik elders de overlap tussen de taken van de onderzoekers en de taken van door de Ondernemingskamer benoemde bestuurders en commissarissen.2 Wat ten slotte ook in een ander hoofdstuk aan bod komt, is de relatie tussen de taken van de onderzoekers en de taken van de raadsheer-commissaris als toezichthouder op het onderzoek.3