Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 73) 2010/1.2:1.2 Probleemstelling en doel van het onderzoek
Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 73) 2010/1.2
1.2 Probleemstelling en doel van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. D.A.M.H.W. Strik, datum 20-07-2010
- Datum
20-07-2010
- Auteur
mr. D.A.M.H.W. Strik
- JCDI
JCDI:ADS432231:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van dit onderzoek is om de grondslagen en systematiek voor (civielrechtelijke) bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:9, 138, 139 en 6:162 BW te analyseren. Ik onderzocht of het mogelijk is om te komen tot een heldere, consistente systematiek van gedragsnormen, toerekeningsmaatstaven, disculpatiegronden en rechterlijke toetsingsnormen, op grond waarvan tot een harmonisatie van de teksten van die bepalingen kan worden gekomen.
Bijzondere aandacht is daarbij gegeven aan de positie van het individu in de bestuurskamer; de positie van het individu binnen het collectief van het bestuur. De reikwijdte van hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders en het juridische effect van een onderlinge taakverdeling binnen het bestuur op de aansprakelijkheidspositie is daartoe geanalyseerd.
Separate onderdelen van dit proefschrift vormen het onderzoek naar de gronden op basis waarvan bestuurders aansprakelijk kunnen worden gehouden voor misleidende financiële verslaggeving en voor falend risicomanagement.
Aanvankelijk was mijn aandacht in publicaties gericht op solvente ondernemingen. De ontwikkelingen in de afgelopen periode van financiële crisis, met een grote toename van het aantal faillissementen, heeft mij echter doen besluiten om ook de aansprakelijkheid van bestuurders in geval van faillissement in het onderzoek te betrekken.
Gaandeweg het onderzoek ontwikkelde zich een soort rode draad, die ik heb proberen te benoemen met de ondertitel van dit proefschrift: Een maatpak voor de board room. Dat maatpak komt in dit proefschrift tot uiting in twee aspecten. Allereerst mijn aandacht voor de aansprakelijkheidspositie van de individuele bestuurder binnen het collectief, waarbij ik via aandacht voor toerekening en gedragsnormen voor individuele bestuurders probeer te komen tot een op maat gesneden aansprakelijkheid. Een tweede aspect betreft het verschijnsel in de jurisprudentie dat bij bestuurdersaansprakelijkheid wel gewerkt lijkt te worden met een gedragsnorm — en mogelijk ook een toerekeningsmaatstaf — die gebaseerd is op een vergelijkingstype, een "standaard bestuurder". Als belangrijk discussiepunt signaleer ik de wijze waarop dit vergelijkingstype moet worden ingevuld. Op welke wijze moet deze "standaard bestuurder" worden aangekleed? Ik bepleit een aankleding met voldoende aandacht voor de kenmerken en verwijtbaarheid van de betreffende bestuurders: een maatpak.