Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.4.4.3
10.4.4.3 Rechtshandelingen jegens de stille cessionaris
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589497:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een bevrijdende betaling aan de stille cessionaris onder het oude recht: HR 10 oktober 1980, NJ 1981, 2 (Langeveld q.q./AMRO), m.nt. GJS en vgl. HR 6 januari 1967, NJ 1967, 382 (Cosman/Du Buy).
Zie hiervoor nr. 15, 31 en 66-67 respectievelijk nr. 464 en 467.
Zie Salomons 2004, p. 242; Biemans 2004, p. 536; Reehuis 2004, nr. 87; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 269; Biemans 2006, p. 99-100; Vander Weijden 2007, p. 578-580; Salomons & Van 't Westeinde 2007, p. 455, nt. 17; Biemans 2008, par. 2; en Beekhoven van den Boezem & Bergervoet 2011, p. 52. De stille cessie heeft ook voor de mededeling volledig goederenrechtelijke werking, dus ook ten opzichte van de schuldenaar. Zie Kamerstukken II 2003-2004, 28 878, nr. 5, p. 10; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 269.
Zie hiervóór nr. 27 en 30.
Dat is ook logisch: de cessionaris heeft immers recht op het ontvangene. Zie nader Biemans 2004, p. 537. Een verplichting tot teruggave zou ook leiden tot vele vragen van ongerechtvaardigde verrijking. Vgl. Salomons 2004, p. 242; en Biemans 2004, p.537-538.
Zie ook Kamerstukken II 2003-2004, 28 878, nr. 5, p. 11.
Zie Salomons 2004, p. 242.
Zie Biemans 2004, p. 537-538.
Zie hierna nr. 717.
Ook het bewind wordt bijvoorbeeld genoemd, en dat wordt niet ingesteld in het belang van de bewindvoerder. Zie hiervóór nr. 36.
589. Art. 3:94 lid 3 BW sluit niet uit dat de schuldenaar bevrijdend kan betalen aan de stille cessionaris of andere rechtshandelingen jegens hem kan verrichten.1 De stille cessionaris is op grond van art. 3:94 lid 3 BW in beginsel bijvoorbeeld niet inningsonbevoegd, en evenmin is hij op grond van deze bepaling onbevoegd tot schuldwijziging, schuldvemieuwing, kwijtschelding of tot het verlenen van toestemming aan inbetalinggeving, betaling in gedeelten of schuldovememing.2 Dat de schuldenaar op grond van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW bevrijdend kan betalen aan de stille cedent, laat onverlet dat hij, voordat mededeling is gedaan, ook bevrijdend kan betalen aan de stille cessionaris.3 Het zal zich in de praktijk echter niet of nauwelijks voordoen omdat de schuldenaar niet op de hoogte is van de stille cessie en evenmin het risico zal willen !open dat hij aan een inningsonbevoegde betaalt.
Ook uit art. 14 van het Verdrag inzake cessie van vorderingen in internationale handel, waar in de parlementaire geschiedenis naar is verwezen,4 volgt dat de schuldenaar vóór de mededeling ook bevrijdend kan betalen aan de cessionaris. Als de schuldenaar aan de cessionaris betaalt voordat mededeling is gedaan, mag de cessionaris de opbrengst behouden en behoeft hij deze niet aan de schuldenaar af te dragen. Daaruit volgt dat de schuldenaar ook aan de cessionaris bevrijdend kan betalen voordat mededeling is gedaan.5
590. De stille cedent kan de schuldenaar (krachtens lastgeving) ten eerste instrueren om op een bepaalde bankrekening te betalen, namelijk door betaling op andere rekeningen geldig uit te sluiten (art. 6:114 lid 1 BW).6 De stille cedent en de stille cessionaris kunnen voorts door middel van een privatieve last (art. 7:423 BW) zorg dragen dat een betaling aan de stille cessionaris niet bevrijdend is, of dat de stille cessionaris niet zelfstandig bevoegd is om beschikkingshandelingen ten aanzien van de vordering jegens de schuldenaar te verrichten. Indien bedongen is dat de stille cedent de vordering in eigen naam en met uitsluiting van de stille cessionaris int, is de stille cessionaris inningsonbevoegd voor de duur van lastgeving, ook jegens de schuldenaar. De stille cessionaris is onbevoegd om betalingen in ontvangst te nemen, en de schuldenaar kan op grond daarvan alleen aan de stille cedent bevrijdend betalen. Is sprake van een dergelijke privatieve last en mocht (in het uitzonderlijke geval) de schuldenaar voor mededeling aan de stille cessionaris betalen, dan zal in de regel geen sprake zijn van een bevrijdende betaling.
De onbevoegdheid van de stille cessionaris kan op grond van art. 7:423 BW niet aan de schuldenaar worden tegengeworpen die haar kende noch behoorde te kennen. Zolang geen mededeling is gedaan, zal de schuldenaar niet zonder meer mogen aannemen dat de stille cessionaris bevoegd is om betalingen in ontvangst te nemen of andere rechtshandelingen te verrichten. Uit het gegeven dat geen mededeling is gedaan, dient de schuldenaar in beginsel af te leiden dat het de bedoeling van partijen is dat nog aan de stille cedent moet worden betaald. De schuldenaar dient derhalve rekening te houden met een privatieve last tot inning. Hieruit volgt dat op de schuldenaar een onderzoeksplicht kan rusten, bijvoorbeeld door bij de stille cessionaris te informeren of hij aan rechtstreeks aan hem kan betalen. Doet hij dat niet, dan zal hij in beginsel geen beroep kunnen doen op de beschermingsbepaling van art. 7:423 lid1 BW. Beaamt de stille cessionaris overigens dat ook aan hem kan worden betaald, dan hang het van de omstandigheden van het geval af of hierin een mededeling van de stille cessie besloten kan liggen.
De schuldenaar kan zich bij een betaling aan de stille cessionaris die krachtens een privatieve last inningsonbevoegd is, niet beroepen op art. 6:32 BW. Hoewel de stille cessionaris tot de opbrengst van de vordering is gerechtigd en door de rechtstreekse betaling aan hem is gebaat, is hij niet degene aan wie moest worden betaald in de zin van art. 6:32 BW. Betaalt de schuldenaar aan de inningsonbevoegde stille cessionaris, en is deze betaling niet bevrijdend, dan kan de stille cedent nogmaals betaling vorderen van de schuldenaar. De schuldenaar heeft op grond van art. 6:33 BW verhaal op de stille cessionaris.
Zou de stille cessionaris in de tussentijd gefailleerd zijn, dan dient volgens Salomons de schuldenaar zich jegens de stille cedent te kunnen verweren met een beroep op ongerechtvaardigde verrijking.7 Ik heb mij eerder bij deze opvatting aangesloten.8 Ik kom echter daar op terug in het geval dat de stille cedent en de stille cessionaris een privatieve last tot inning zijn overeengekomen en de schuldenaar niet bevrijdend heeft betaald aan de stille cessionaris. De stille cedent kan ten eerste een eigen belang hebben bij een betaling aan hem, bijvoorbeeld omdat hij van het geïnde de door hem in het kader van de last tot inning gemaakte beheerskosten kan afhouden.9 Maar zonder dat de stille cedent een dergelijk belang heeft, kan hij de schuldenaar nogmaals tot betaling aanspreken. Ook in andere gevallen waarin de schuldenaar niet bevrijdend betaalt aan een inningsonbevoegde schuldeiser (zoals de openbaar pandgever, de rechthebbende van een onder bewind gestelde vordering, de hoofdgerechtigde, de geëxecuteerde), en daarna nogmaals tot betaling wordt aangesproken door de inningsbevoegde derde, geldt deze exceptie niet. Voor art. 6:33 BW is niet van belang of de inningsbevoegde derde een eigen belang heeft bij inning of niet,10 en evenmin of de inningsonbevoegde schuldeiser na de betaling is gefailleerd of niet. Het aannemen van de exceptie zou de regeling van art. 6:33 BW ondergraven. Voor de privatieve last tot inning dient geen uitzondering te worden gemaakt. De schuldenaar die te goede trouw aan de inningsonbevoegde stille cessionaris heeft betaald, wordt voldoende beschermd op grond van art. 7:423 BW, op grond waarvan hij bevrijdend betaalt.
591. Op grond van een privatieve last kunnen de stille cedent en de stille cessionaris voorts overeenkomen dat de stille cessionaris niet zonder de medewerking van de stille cedent bevoegd is om beschikkingshandelingen ten aanzien van de vordering, zoals schuldwijziging, schuldvernieuwing, kwijtschelding en het verlenen van toestemming aan inbetalinggeving, betaling in gedeelten of schuldovememing, te verrichten. Daarvoor geldt in hoofdlijnen hetzelfde als hiervóór ten aanzien van de bevrijdende betaling is opgemerkt.