Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.4.5:10.4.5 Conclusie
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.4.5
10.4.5 Conclusie
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588339:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
593. Op grand van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW kan de schuldenaar de stille cedent voor zijn schuldeiser houden totdat aan hem mededeling is gedaan. Voor een beroep op art. 3:94 lid 3 BW is de goede trouw van de schuldenaar niet van belang, alleen of aan hem mededeling is gedaan of niet. De bepaling heeft betrekking op alle bevoegdheden van de schuldenaar ten aanzien van de vordering: niet alleen als de stille cedent onbevoegd een betaling in ontvangst neemt, maar ook als hij onbevoegd zijn medewerking aan schuldwijziging of schuldvernieuwing verleent, onbevoegd de vordering kwijtscheldt, onbevoegd zijn toestemming aan inbetalinggeving, betaling in gedeelten of schuldoverneming verleent of onbevoegd een betaling aan een inningsonbevoegde derde bekrachtigt, kan deze onbevoegdheid op grand van art. 3:94 lid 3 BW niet aan de schuldenaar worden tegengeworpen. Is de stille cedent tot het verrichten van een van deze rechtshandelingen (exclusief) bevoegd, dan kan een beroep op de beschermingsbepaling van art. 3:94 lid 3 BW achterwege blijven. Aan de desbetreffende rechtshandeling komt door de bevoegdheid van de stille cedent reeds rechtsgevolg toe. Art. 3:94 lid 3 BW is alleen een beschermingsbepaling ten behoeve van de schuldenaar; uit deze bepaling volgt niet dat de stille cessionaris (zonder meer) inningsonbevoegd zou zijn of dat de schuldenaar niet (ook) bevrijdend aan hem zou kunnen betalen. De stille cessionaris kan door middel van een privatieve last onbevoegd worden gemaakt om de genoemde rechtshandelingen te verrichten. In dat geval is een betaling aan de stille cessionaris niet bevrijdend, tenzij op grand van art. 7:423 lid 1 BW, als de schuldenaar te goeder trouw aan de inningsonbevoegde stille cessionaris heeft betaald.