Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/9.5.1:9.5.1 De gevolgen van vermenging voor de purchase-money security interest
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/9.5.1
9.5.1 De gevolgen van vermenging voor de purchase-money security interest
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90996:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hieruit volgt ook het onderscheid tussen commingling ex §9-336 UCC en accession ex §9-335 UCC. In laatstgenoemde bepaling gaat het juist om oorspronkelijke zaken die hun identiteit niet verliezen. Zie over de regeling van natrekking in §9-335 UCC, hoofdstuk 8, paragraaf 8.5.
Frisch, Minnesota Law Review 1985/1, p. 26.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Article 9 UCC worden de gevolgen van vermenging voor zekerheidsrechten geregeld in §9-336 UCC. Deze bepaling gaat over commingling. In §9-336 sub a UCC staat de volgende definitie van commingled goods:
“[C]ommingled goods” means goods that are physically united with other goods in such a manner that their identity is lost in a product or mass.”
Het gaat bij commingling dus om het samenvoegen van zaken waardoor zij hun identiteit of identificeerbaarheid verliezen.
Er vallen twee situaties onder het toepassingsbereik van deze bepaling. Ten eerste kan de ‘identiteit’ van de oorspronkelijke zaken verloren gaan door verwerking of bewerking. Ten tweede is sprake van commingling indien verwisselbare zaken worden vermengd waardoor zij niet meer kunnen worden onderscheiden. Zij zijn niet meer ‘identificeerbaar’.1 De eerste situatie is vergelijkbaar met de Nederlandse rechtsfiguren zaaksvorming en (eigenlijke) vermenging. De tweede situatie vertoont gelijkenissen met de Nederlandse figuur van oneigenlijke vermenging.2
In beide gevallen heeft commingling tot gevolg dat de oorspronkelijke zaken ophouden te bestaan als rechtsobject. Zij vormen tezamen een eenheidszaak (mass). Zekerheidsrechten op deze zaken vervallen (§9-336 sub b UCC). De leverancier verliest dus de purchase-money security interest op de geleverde zaak. De ontwerpers van Article 9 UCC menen echter dat zekerheidsnemers beschermd moeten worden tegen het verlies van het zekerheidsrecht als gevolg van commingling.3 Daarom verkrijgt de leverancier van rechtswege een purchase-money security interest op de eenheidszaak die is ontstaan door vermenging, ongeacht wie eigenaar wordt van de zaak (§9-336 sub c en d UCC). Er is sprake van substitutie. In het Nederlandse recht heeft de Hoge Raad op grond van een vergelijkbaar argument beslist dat bij vermenging van gelijksoortige zaken niet snel een hoofdzaak mag worden aangewezen, zodat in beginsel mede-eigendom ontstaat en de eigendoms- en beperkte rechten zich bij wege van substitutie voortzetten op de nieuwe zaak.
Er bestaat wel een belangrijk verschil tussen beide rechtsstelsels. In Article 9 UCC is sprake van substitutie in alle gevallen van vermenging. Voor de gevolgen van vermenging voor zekerheidsrechten is irrelevant wie eigenaar wordt. Ook is niet van belang of een hoofdzaak wordt aangewezen. De voorrangspositie wordt bij vermenging altijd voortgezet op de eenheidszaak. In het Nederlandse recht is wel van belang of een hoofdzaak valt aan te wijzen en aan wie de eigendom bij vermenging in dat geval wordt toegekend. Door vermenging met een hoofdzaak die eigendom is van een derde vervalt de voorrangspositie van de leverancier namelijk en komt niet te rusten op de eenheidszaak. De voorrangspositie verlengt zich in het Nederlandse recht dus niet in alle gevallen tot de eenheidszaak.