Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/9.4:9.4 Het Belgische recht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/9.4
9.4 Het Belgische recht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90796:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van oudsher leidde eigenlijke vermenging in het Belgische recht tot het verlies van de voorrangspositie voor leverancierskrediet. De oorspronkelijke zaken hielden goederenrechtelijk op te bestaan, omdat de eigenaren de zaken waarvan zij eigenaar waren niet precies konden aanwijzen. Degene in wiens handen de vermenging plaatsvond, werd eigenaar van het vermengde geheel.
Er heeft echter een verschuiving plaatsgevonden die is ingezet door de literatuur en de rechtspraak. De eigendom van de vermengde hoeveelheid wordt nu toegewezen aan de oorspronkelijke eigenaren op grond van art. 20 Pandwet. Daarnaast bepaalt dit artikel dat zekerheidsrechten zich verlengen tot de vermengde hoeveelheid. De voorrangspositie voor leverancierskrediet zet zich dus voort op de eenheidszaak bij vermenging.
Hieronder bespreek ik kort deze ontwikkeling van het leerstuk van eigenlijke vermenging. Ook zet ik de gevolgen van eigenlijke vermenging voor de voorrangspositie voor leverancierskrediet in het Belgische recht uiteen. Ik geef daarbij steeds de overeenkomsten en verschillen met het Nederlandse recht weer.
9.4.1 De gevolgen van vermenging voor het eigendomsvoorbehoud9.4.2 De gevolgen van vermenging voor het recht van reclame en het voorrecht van de onbetaalde verkoper