Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.4:12.4.4 Gevolgtrekkingen voor de stille cessie: aan de stille cedent toegekende bevoegdheden
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.4
12.4.4 Gevolgtrekkingen voor de stille cessie: aan de stille cedent toegekende bevoegdheden
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589501:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aansluiting bij de regeling van pand, zoals door de wetgever voorgesteld, verdient geen voorkeur. De stille cedent zal in de regel het beheer van de vordering op zich nemen. Het toekennen van (alleen) de inningsbevoegdheid en overigens ook de bevoegdheid om de vordering paraat te executeren past daar niet bij.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
773. De stille cedent en de stille cessionaris kunnen in de lastgeving een regeling treffen inzake de toekenning van bevoegdheden ten aanzien van de stil gecedeerde vordering en de daaraan onderliggende rechtsverhouding.
Wordt de stille cedent krachtens lastgeving bevoegd ten aanzien van de stil gecedeerde vordering, dan is het de vraag welke bevoegdheden aan hem toekomen en of de bevoegdheden aan hem exclusief worden toegekend. Voor de beantwoording van deze vraag is de inhoud van de lastgeving beslissend. De partijautonomie is doorslaggevend. Bij het opstellen dan wei het uitleggen van de lastgeving kan even wei het volgende worden meegenomen.
Wordt de stille cedent krachtens lastgeving bevoegd ten aanzien van de stil gecedeerde vordering, dan is hij bevoegd ten aanzien van een goed. In de regel zullen de bevoegdheden aan hem worden toegekend in het belang van de stille cessionaris. De stille cessie laat zich in een dergelijk geval het beste vergelijken met andere rechtsvormen waarbij de derde bevoegd is ten aanzien van een goed (in tegenstelling tot een vermogen), en aan hem bevoegdheden zijn toegekend in het belang van de rechthebbende (in tegenstelling tot in het belang van een of meer schuldeisers).1 Deze rechtsvormen zijn bewind, vruchtgebruik en gemeenschap. Op grond hiervan ligt in hoofdlijnen de volgende inrichting van de lastgeving voor de hand: (i) de stille cedent is exclusief inningsbevoegd; (ii) de stille cedent is (meer algemeen) exclusief beheersbevoegd; en (iii) de stille cedent en de stille cessionaris zijn alleen met toestemming of medewerking van de ander bevoegd tot beschikkingshandelingen die niet als beheershandelingen kunnen worden aangemerkt.
Wordt in de lastgeving niet nader aangegeven dat de inningsbevoegdheid of de beheersbevoegdheid wordt beperkt, dan is de stille cedent exclusief bevoegd om de hiervoor aangegeven rechtshandelingen die onderdeel uitmaken van of voortvloeien uit deze bevoegdheden uit te oefenen. Er is sprake van een privatieve last (art. 7:423 BW). Is een machtiging verleend voor de inning van de vordering, dan strekt de machtiging zich uit tot de hiervoor genoemde handelingen, tenzij in de volmacht anders is bepaald (vgl. art. 3:61 lid 2 BW).
In afwijking daarvan kan evenwel ook, al dan niet per onderdeel van de inningsbevoegdheid of de beheersbevoegdheid, worden aangegeven of de stille cessionaris naast de stille cedent bevoegd is, dat de stille cedent voor het verrichten van de desbetreffende rechtshandelingen de (schriftelijke) toestemming van de stille cessionaris nodig heeft of dat de stille cedent de desbetreffende bevoegdheid mist. Bijvoorbeeld, zij kunnen overeenkomen dat de stille cedent exclusief inningsbevoegd is, maar alleen met schriftelijke toestemming van de stille cessionaris het aan de vordering verbonden hypotheekrecht paraat kan executeren en in geen geval bevoegd is om toestemming te verlenen aan schuldovememing omdat de stille cessionaris zijn bevoegdheid tot verrekening wil behouden.
Wordt ervoor gekozen dat de stille cedent en de stille cessionaris niet zelfstandig bevoegd zijn om beschikkingshandelingen te verrichten die niet als beheershandelingen kunnen worden aangemerkt, dan is de stille cedent bijvoorbeeld alleen met toestemming van de stille cessionaris bevoegd om de beschikkingshandelingen jegens de schuldenaar te verrichten, en is de stille cessionaris alleen bevoegd om met medewerking of toestemming van de stille cedent de vordering aan een derde over te dragen. Voor zover de beperking ziet op de bevoegdheden van de stille cessionaris wordt gebruik gemaakt van een privatieve last. Ook van deze regeling kunnen de stille cedent en de stille cessionaris afwijken, al dan niet per onderdeel van de beschikkingsbevoegdheid. Zo kunnen zij bijvoorbeeld bepalen dat de stiile cedent alleen met toestemming van de stille cessionaris bevoegd is om beschikkingshandelingen te verrichten, maar dat omgekeerd de stille cessionaris deze toestemming (of medewerking) niet behoeft als hij de vordering wil overdragen aan een derde of daarop een stil pandrecht wil vestigen.
Wordt de stille cedent het beheer over de stil gecedeerde vordering toegekend, dan is hij op grond van zijn beheersbevoegdheid tot meer bevoegd dan de pandhouder, wiens bevoegdheden in de wet nauwkeurig zijn omschreven. Anders dan de openbaar pandhouder zal de stille cedent niet executiebevoegd zijn, maar met toestemming van de stille cessionaris wei beschikkingsbevoegd. Anders dan de pandhouder (alsmede andere inningsbevoegde derden ten aanzien van een vordering) is de stille cedent als retentor, eigenaar van de voorbehouden zaak, partij bij de onderliggende rechtsverhouding enz. uit eigen hoofde óók tot meer bevoegd.