Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/14.3.2:14.3.2 Methoden van verlenging in het Nederlandse recht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/14.3.2
14.3.2 Methoden van verlenging in het Nederlandse recht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90854:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor gaf ik aan dat in het Nederlandse recht een ontwikkeling is waar te nemen dat normatieves keuzes worden gemaakt om de voorrangspositie voor leverancierskrediet te verlengen. Naar mijn mening kan zelfs bij sommige leerstukken worden gezegd dat sprake is van geldend recht. Daarnaast wordt in de literatuur voor een aantal gevallen verdedigd dat het wenselijk is om de voorrangspositie voor leverancierskrediet te verlengen.
Hieronder onderzoek ik vier methoden waarop de verlenging van de voorrangspositie tot het surrogaat bij natrekking, eigenlijke en oneigenlijke vermenging, zaaksvorming en doorverkoop ingepast kan worden in het Nederlandse recht. Deze methoden zijn: de vestiging van een pandrecht op het surrogaat ten gunste van de leverancier waaraan de wet superprioriteit toekent (paragraaf 14.4.1), een wettelijke regeling van substitutie (paragraaf 14.4.2), meer partijautonomie in het goederenrecht (paragraaf 14.4.3) en de rekkelijke benadering bij oneigenlijke vermenging (14.4.4).
De rechtsvergelijking gebruik ik als toolbox voor wijzen waarop en de mate waarin de verlenging van de voorrangspositie kan worden vormgegeven. Ook verschaft zij argumenten voor de rechtvaardiging van deze verlenging van de voorrangspositie voor leverancierskrediet. Ik bespreek eveneens de tegenargumenten, nadelen van deze methoden en moeilijkheden bij de inpassing in het Nederlandse recht.
14.3.2.1 Een pandrecht met superprioriteit – een uitzondering op art. 3:97lid 2 BW14.3.2.2 Substitutie14.3.2.3 Meer partijautonomie14.3.2.4 De rekkelijke benadering bij oneigenlijke vermenging