Einde inhoudsopgave
RvdW 2013/930
Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Ambtshalve onderzoek door nationale rechter van oneerlijk karakter van contractueel beding. Door nationale rechter te trekken consequenties uit vaststelling van oneerlijk karakter van beding.
HvJ EU 30-05-2013, C-397/11 (Uitspraak) (Jorös/Aegon)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
30 mei 2013
- Magistraten
A. Tizzano, M. Ilešič, E. Levits, M. Safjan, M. Berger
- Zaaknummer
C-397/11
- Conclusie
A-G P. Mengozzi
- Roepnaam
Jorös/Aegon
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Vrij verkeer
EU-recht / Marktintegratie
EU-recht / Rechtsbescherming
- Brondocumenten
Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 30‑05‑2013
- Wetingang
Art. 6, lid 1 Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten
Essentie
Erika Jörös tegen Aegon Magyarország Hitel Zrt.
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Fövárosi Bíróság (Hongarije) bij beslissing van 12 juli 2011.
Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Ambtshalve onderzoek door nationale rechter van oneerlijk karakter van contractueel beding. Door nationale rechter te trekken consequenties uit vaststelling van oneerlijk karakter van beding.
Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moet aldus worden uitgelegd dat een nationale rechter, wanneer bij hem hoger beroep aanhangig is over de geldigheid van bedingen in een overeenkomst tussen een verkoper en een consument, gesloten op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.