RvdW 2013/922:Schilder, pastoor en voorzitter van het bestuur van een katholieke parochie te Tilburg, luidt dagelijks om 7.15 uur de kerkklok, teneinde kerkleden op te roepen naar de mis te komen. Naar aanleiding van klachten van omwonenden waarschuwt het College van B&W het parochiebestuur zich aan de in de APV vastgelegde geluidsnormen te houden. Na herhaalde overtredingen legt het College het parochiebestuur een last onder dwangsom op. Dit besluit wordt in beroep vernietigd, omdat de APV-bepaling op grond waarvan het besluit was genomen, niet op het luiden van kerkklokken zag. Bij wijziging van de APV word het verboden gesteld om tussen 23.00 en 7.30 uur boven bepaalde geluidsnormen door middel van klokgelui dan wel op andere wijze op te roepen tot gebed. Na nieuwe waarschuwingen legt het College wederom een last onder dwangsom op. Bezwaar en beroep hiertegen worden afgewezen. De ABRvS oordeelt in hoger beroep dat regulering van duur en geluidsniveau van kerkklokgelui binnen redelijke grenzen, welke er niet toe leidt dat geen gebruik van betekenis om de klok te luiden meer resteert, de vrijheid van godsdienst niet beperkt.