Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2014/59/EU betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen
Artikel 27 Vroegtijdige-interventiemaatregelen
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/806 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/806)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/806 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/806)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten zonder onnodige vertraging vroegtijdige-interventiemaatregelen overwegen en die waar passend toepassen indien een instelling of een in artikel 1, lid 1, punt b), c) of d), bedoelde entiteit:
- a)
voldoet aan de voorwaarden van artikel 102 van Richtlijn 2013/36/EU of artikel 38 van Richtlijn (EU) 2019/2034 of de bevoegde autoriteit, in het kader van een procedure voor toetsing en evaluatie door de toezichthouder overeenkomstig artikel 97 van Richtlijn 2013/36/EU, heeft bepaald dat de door de instelling of entiteit toegepaste regelingen, strategieën, procedures en mechanismen en de eigen fondsen en liquiditeit die door die instelling of entiteit worden aangehouden, geen gezond beheer en gezonde dekking van haar risico's waarborgen, en een van de volgende situaties van toepassing is:
- i)
de instelling of entiteit heeft niet de door de bevoegde autoriteit vereiste corrigerende maatregelen genomen, waaronder de in artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU of artikel 39 van Richtlijn (EU) 2019/2034 bedoelde maatregelen;
- ii)
de bevoegde autoriteit oordeelt dat andere corrigerende maatregelen dan vroegtijdige-interventiemaatregelen onvoldoende zijn om de problemen van die instelling of entiteit aan te pakken;
- b)
inbreuk maakt op de vereisten van artikel 45 sexies of artikel 45 septies van deze richtlijn, of
- c)
in de twaalf maanden na de beoordeling door de bevoegde autoriteit een of meer van de vereisten schendt die zijn vastgelegd in titel II van Richtlijn 2014/65/EU of in de artikelen 3 tot en met 7, de artikelen 14 tot en met 17 of de artikelen 24, 25 en 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad (*1), of deze waarschijnlijk zal schenden.
De bevoegde autoriteit kan bepalen dat aan de in de eerste alinea, punt a), ii), van dit lid bedoelde voorwaarde is voldaan zonder eerder andere corrigerende maatregelen te hebben genomen, waaronder de uitoefening van de in artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU of in artikel 39 van Richtlijn (EU) 2019/2034 bedoelde bevoegdheden.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punten b) en c), van dit lid zorgen de lidstaten ervoor dat de afwikkelingsautoriteiten of de bevoegde autoriteiten als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 26, van Richtlijn 2014/65/EU de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis stellen van de inbreuk of de waarschijnlijke inbreuk.
2.
Voor de toepassing van lid 1 omvatten de vroegtijdige-interventiemaatregelen het volgende:
- a)
het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit ofwel:
- i)
een of meer regelingen of maatregelen van het herstelplan uitvoert, ofwel
- ii)
het herstelplan overeenkomstig artikel 5, lid 2, bijwerkt indien de omstandigheden die tot de vroegtijdige interventie hebben geleid, verschillen van de aannamen in het oorspronkelijke herstelplan, en binnen een specifieke termijn een of meer van de in het bijgewerkte herstelplan opgenomen regelingen of maatregelen uitvoert;
- b)
het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit een vergadering van aandeelhouders van de entiteit bijeenroept, of, indien het leidinggevend orgaan niet aan dat vereiste voldoet, de rechtstreekse bijeenroeping van een dergelijke vergadering door de bevoegde autoriteit, en in beide gevallen de agenda vaststellen en verlangen dat bepaalde besluiten ter aanneming aan de aandeelhouders worden voorgelegd;
- c)
het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit een plan opstelt, in voorkomend geval in overeenstemming met het herstelplan, voor onderhandelingen over de herstructurering van de schuld met sommige of al haar crediteuren;
- d)
het vereiste om de juridische structuur van de instelling of entiteit te wijzigen;
- e)
het vereiste om het hoger management of het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit in zijn geheel of met betrekking tot individuele personen te ontslaan of overeenkomstig artikel 28 te vervangen;
- f)
de aanstelling van een of meer tijdelijk bewindvoerders in de instelling of entiteit overeenkomstig artikel 29;
- g)
het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit een plan opstelt dat de instelling of entiteit kan uitvoeren indien zij besluit een vrijwillige liquidatie van haar activiteiten in te leiden.
3.
De bevoegde autoriteiten kiezen de passende in lid 2 van dit artikel bedoelde vroegtijdige-interventiemaatregelen op basis van wat evenredig is met de nagestreefde doelstellingen, gelet op de ernst van de inbreuk of waarschijnlijke inbreuk en de snelheid waarmee de financiële situatie van de in artikel 1, lid 1, punt b), c) of d), bedoelde instelling of entiteit verslechtert, naast andere relevante informatie.
4.
Voor elk van de in lid 2 bedoelde vroegtijdige-interventiemaatregelen stellen de bevoegde autoriteiten een uitvoeringstermijn vast die strikt beperkt is tot de tijd die nodig is om de betrokken maatregel onder redelijke voorwaarden uit te voeren. De bevoegde autoriteiten verrichten onmiddellijk na het verstrijken van de termijn een evaluatie van de doeltreffendheid van de maatregel en delen die evaluatie met de afwikkelingsautoriteit.
Indien uit de evaluatie naar voren komt dat de vroegtijdige-interventiemaatregelen niet volledig zijn uitgevoerd of niet doeltreffend zijn, kan de bevoegde autoriteit beoordelen of is voldaan aan de in artikel 32, lid 1, punt a), bedoelde voorwaarde.
5.
De EBA vaardigt uiterlijk op 11 mei 2028 richtsnoeren uit overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 om de consistente toepassing van de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden te stimuleren.
Voetnoten
Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/600/oj).’;;