Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2014/59/EU betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen
Artikel 5 Herstelplannen
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/806 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/806)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/806 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/806)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De lidstaten dragen er zorg voor dat elke instelling die geen deel is van een groep waarop op grond van de artikelen 111 en 112 van Richtlijn 2013/36/EU toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, een herstelplan opstelt en bijhoudt dat voorziet in maatregelen die door de instelling worden genomen om haar financiële positie te herstellen nadat een aanzienlijke verslechtering ervan heeft plaatsgevonden. Herstelplannen worden als een governancesysteem in de zin van artikel 74 van Richtlijn 2013/36/EU beschouwd.
2.
De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat de instellingen hun herstelplannen bijwerken en dit ten minste een keer per jaar of na een verandering in de juridische of organisatiestructuur, de bedrijfsactiviteiten of de financiële positie van de instelling die een wezenlijk effect op het herstelplan kan hebben of een materiële wijziging hierin noodzakelijk kan maken. De bevoegde autoriteiten kunnen van de instellingen eisen dat zij hun herstelplannen vaker bijwerken.
In afwezigheid van de in de eerste alinea bedoelde veranderingen in de twaalf maanden volgend op de meest recente jaarlijkse bijwerking van het herstelplan kunnen de bevoegde autoriteiten uitzonderlijk ontheffing verlenen van de verplichting om het herstelplan bij te werken tot de volgende periode van twaalf maanden. Die ontheffing kan worden verleend voor een periode van ten hoogste twaalf maanden.
3.
De herstelplannen gaan niet uit van toegang tot of ontvangst van een van de volgende zaken:
- a)
buitengewone openbare financiële steun;
- b)
noodliquiditeitssteun van een centrale bank;
- c)
liquiditeitssteun van een centrale bank die is verleend onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd of rentevoet.
4.
In de herstelplannen wordt in voorkomend geval geanalyseerd hoe en wanneer een instelling onder de in het herstelplan vermelde omstandigheden een beroep mag doen op centrale-bankfaciliteiten die niet zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van dat plan op grond van lid 3, en wordt aangegeven welke activa naar verwachting als zekerheid in aanmerking zouden komen.
5.
Onverminderd artikel 4 dragen de lidstaten er zorg voor dat de herstelplannen de informatie bevatten die in deel A van de bijlage is vermeld. De lidstaten kunnen eisen dat er aanvullende informatie in de herstelplannen wordt opgenomen.
In de afwikkelingsplannen worden ook mogelijke maatregelen vermeld die de instelling moet nemen als aan de voorwaarden voor vroegtijdige interventie overeenkomstig artikel 27 wordt voldaan
6.
De lidstaten eisen dat in de herstelplannen passende voorwaarden en procedures ter waarborging van de tijdige uitvoering van herstelmaatregelen, alsook een breed scala van mogelijkheden tot herstel zijn opgenomen. De lidstaten eisen dat in de herstelplannen rekening wordt gehouden met een reeks scenario's van ernstige, voor de specifieke omstandigheden van de instelling relevante macro-economische en financiële stress, waaronder systeembrede gebeurtenissen, en stress die specifiek is voor afzonderlijke rechtspersonen en voor groepen.
7.
Uiterlijk op 3 juli 2015 vaardigt de EBA, in overeenstemming met artikel 16, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 en in nauwe samenwerking met het Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR), richtsnoeren uit tot nadere bepaling van de reeks scenario's die voor de toepassing van lid 6 van dit artikel moet worden gebruikt.
8.
De lidstaten kunnen bepalen dat de bevoegde autoriteiten bevoegd zijn van een instelling te vereisen om gedetailleerde gegevens bij te houden over financiële contracten waarbij die instelling partij is.
9.
Het leidinggevend orgaan van de in lid 1 bedoelde instelling beoordeelt het herstelplan en keurt het goed alvorens het in te dienen bij de bevoegde autoriteit.
10.
De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling, onverminderd artikel 4, van de informatie die in het in lid 5 van dit artikel bedoelde herstelplan moet worden vermeld.
De EBA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.