Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/6.3.2.3
6.3.2.3 Schending van het recht
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS579465:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over dit alles Burgerlijke Rechtsvordering (Korthals Altes), art. 79 RO, aant. 6; Asser 2003, p. 4518.
Zie Veegens/Korthals Altes & Groen 1989, nr. 100; Burgerlijke Rechtsvordering (Korthals Altes), art. 79 RO, aant. 6; Wiarda 1978, p. 76-82.
Zie hierover Burgerlijke Rechtsvordering (Korthals Altes), art. 79 RO, aant. 6 (sub b); Asser 2003, p. 47; Martens 1997, p. 10-11; Wiarda 1978, p. 77-79.
Zie hierover Burgerlijke Rechtsvordering (Korthals Altes), art. 79 RO, aant. 6 (sub c).
Zie bijv. HR 3 april 1998 (Lindeboom/Beusmans), NJ 1998,571 m.b.t. een proceskostenveroordeling.
Als tweede cassatiegrond noemt art. 79 RO 'schending van het recht'. Dit impliceert dat over schending van een bepaalde regel in cassatie pas geklaagd kan worden wanneer deze als recht kan worden aangemerkt. Wanneer dit bij een rechtersregeling het geval is, is in hoofdstuk 4 en 5 nader aan de orde gekomen. Niet iedere toepassing van regels die als 'recht' gelden is echter (volledig) toetsbaar in cassatie: dit is afhankelijk van de vraag of sprake is van een feitelijke, een gemengde, dan wel een rechtsbeslissing.
Als rechtsbeslissing gelden in de eerste plaats beslissingen waarbij de rechter een bepaalde rechtsregel in algemene zin interpreteert, dat wil zeggen de inhoud en strekking van die regel in algemene zin (nader) bepaalt. Daarnaast kan de toepassing van een rechtsregel op de vastgestelde feiten een rechtsbeslissing opleveren. Dit is echter niet steeds het geval: wanneer de desbetreffende regel een of meer 'onbepaalde' begrippen bevat (anders gezegd: wanneer het om een vage of open norm gaat), dan hangt de toepassing daarvan doorgaans zozeer samen met de waardering van de concrete omstandigheden van het geval, dat dit, in cassatieterminologie, geen rechtsbeslissing maar een 'gemengde' beslissing oplevert.1
Een rechtsbeslissing is steeds vatbaar voor volledige controle in cassatie: de Hoge Raad zal kunnen toetsen of de rechtsopvatting van de lagere rechter overeenkomt met zijn eigen rechtsopvatting. Is dat niet het geval, dan zal vernietiging van de bestreden uitspraak kunnen volgen. Bij gemengde beslissingen zijn de feitelijke en de juridische component van de beslissing daarentegen zozeer 'verweven', dat dergelijke beslissingen in cassatie in beginsel slechts in beperkte mate inhoudelijk worden getoetst.2 Deze beperkte toetsing van gemengde beslissingen wordt echter door de Hoge Raad soms geïntensiveerd door de formulering van 'subregels', 'vuistregels' of 'gezichtspunten'.3 De Hoge Raad kan in dat geval de beslissing van de lagere rechter toetsen aan de sub- of vuistregel, dan wel controleren of eventuele afwijkingen daarvan naar behoren gemotiveerd zijn.
Als feitelijke beslissing ten slotte, gelden in de eerste plaats beslissingen omtrent het al of niet vaststaan van feiten en omtrent de vraag of het bewijs daarvan geleverd is.4 Daarnaast worden bijvoorbeeld beslissingen omtrent de vaststelling van vergoedingen door de Hoge Raad veelal beschouwd als feitelijk.5 Een feitelijke beslissing kan in cassatie niet getoetst worden, behoudens op de aanwezigheid van de in het voorgaande al genoemde categorieën motiveringsgebreken (onbegrijpelijke motiveringen, het passeren van essentiële stellingen en kennelijke vergissingen).