Het ‘Justizvollzugsanstalt Landshut’ is een penitentiaire inrichting in Neder-Beieren in Duitsland.
HR, 15-04-2025, nr. 23/04561
ECLI:NL:HR:2025:568
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15-04-2025
- Zaaknummer
23/04561
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Internationaal strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:568, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑04‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:238
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2023:2696
ECLI:NL:PHR:2025:238, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑02‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:568
- Vindplaatsen
Uitspraak 15‑04‑2025
Inhoudsindicatie
Diefstal met geweld (art. 312.1 Sr) en afpersing (art. 317.1 Sr), meermalen gepleegd. Aanwezigheidsrecht, overleveringsdetentie in Duitsland gebleken uit in cassatie overgelegde stukken. Kon hof verstek verlenen tegen niet verschenen verdachte? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Er kan niet met zekerheid worden gezegd dat verdachte t.t.v. behandeling van hoger beroep was gedetineerd, maar in cassatie overgelegde Duitse stukken maken zulks wel (zeer) waarschijnlijk. Gelet op groot belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, dient verdachte onder deze omstandigheden mogelijkheid te hebben zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04561
Datum 15 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2023, nummer 23-003086-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.B. Lisi, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte. Het voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in het kader van een overleveringsprocedure voor deze strafzaak in Duitsland was gedetineerd en dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 8.
3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2025.
Conclusie 18‑02‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Verstekarrest terwijl achteraf moet worden aangenomen dat de verdachte in het buitenland in detentie verbleef. M1) Slagende klacht. M2) behoeft daardoor geen bespreking. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/04561
Zitting 18 februari 2025
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte
Het cassatieberoep
1. De verdachte is bij arrest van 14 november 2023 door het gerechtshof Amsterdam wegens 1. “de eendaadse samenloop van diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en afpersing”, 2. “de eendaadse samenloop van diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en afpersing” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestig maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals in het arrest bepaald.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. W.B. Lisi, advocaat in Utrecht, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
De eerste middel
3. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
Het procesverloop
4. Op 23 november 2022 is de verdachte door de rechtbank Amsterdam veroordeeld wegens (kort gezegd) het plegen van twee gewapende overvallen op de Albert Heijn, gepleegd in april 2021 in Amsterdam (parketnummer 13-139085-21). Op diezelfde datum is namens de verdachte hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.
5. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2023 houdt in dat de verdachte aldaar niet is verschenen, en voorts onder meer het volgende:
“Als raadsman is ter terechtzitting aanwezig mr. W.B. Lisi, advocaat te Utrecht, die mededeelt dat hij niet uitdrukkelijk is gemachtigd als raadsman de verdachte te verdedigen. Ook deelt hij mede dat hij de verdachte voor het laatst kort na het vonnis van de rechtbank Amsterdam, dat is gewezen op 23 november 2022, heeft gesproken, dat hij niet weet waar zijn cliënt verblijft en niet weet of hij op de hoogte is van de zitting van heden en dat hij geen verzoek tot aanhouding zal doen.
Als gemachtigde van de benadeelde partij [benadeelde] is aanwezig mr. C.C.J. Tuip, advocaat te Amsterdam.
Tevens is terechtzitting verschenen de broer van de benadeelde partij [benadeelde], die namens haar gebruik wenst te maken van het spreekrecht.
De advocaat-generaal legt een akte van betekening over en een SKDB-formulier. Uit dit formulier blijkt dat de verdachte zich niet in detentie bevond op de daarin genoemde dagen. De voorzitter deelt namens het hof mede dat de oproeping op rechtsgeldige wijze is betekend. Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De voorzitter houdt het proces-verbaal van de rolzitting van 6 juni 2023 voor, waaruit volgt dat het hoger beroep ziet op de bewezenverklaring. De voorzitter deelt voorts mede dat ook bij e-mailbericht van 5 juni 2023 grieven kenbaar zijn gemaakt.
(…)
De voorzitter geeft een samenvatting van de inhoud van de stukken van de zaak weer.
Desgevraagd geeft de advocaat-generaal te kennen geen verdere vragen te hebben en geen behoefte te hebben aan het nader voorhouden van de stukken.
De voorzitter bespreekt de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
(…)
De advocaat-generaal voert het woord en leest de vordering voor:
(…)
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 14 november 2023 te 13:30 uur.”
De bespreking van het eerste middel
6. In cassatie zijn – door middel van aanhechting aan de schriftuur – de volgende stukken overgelegd:
i. Een brief van het ‘Amtsgericht Landshut’ d.d. 14 februari 2023 geadresseerd aan de verdachte, thans verblijvende in het ‘Justizvollzugsanstalt Landshut’.1.
ii. Een afschrift van het ‘Europäischer Haftbefehl’ (Europees aanhoudingsbevel, EAB) d.d. 25 januari 2023. Uit dit stuk blijkt dat de Nederlandse autoriteiten een EAB tegen de verdachte hebben uitgevaardigd om hem te kunnen vervolgen voor het plegen van (kort gezegd) meerdere gewapende overvallen op supermarkten, gepleegd in april 2021 in Amsterdam. Uit dit stuk blijkt ook dat de verdachte in deze strafzaak reeds is veroordeeld door de rechtbank Amsterdam op 23 november 2022 (parketnummer 13-139085-21).2.
iii. Een ‘Beschluss’ (beslissing) van het ‘Oberlandesgericht München’ d.d. 14 maart 2023. Hieruit blijkt dat de Nederlandse autoriteiten op 25 januari 2023 een EAB hebben uitgevaardigd om de verdachte te kunnen vervolgen in de strafzaak met parketnummer 13-139085-21, en dat dit overleveringsverzoek zal worden ingewilligd.3.Uit het stuk blijkt bovendien dat de verdachte sinds 20 oktober 2022 in hechtenis zit in de ‘Justizvollzugsanstalt Landshut’ in verband met verdenking van een ander strafbaar feit.4.
iv. Een proces-verbaal van overname en terbeschikkingstelling aan de Nederlandse Justitie (overleveringswet) d.d. 4 december 2023. Uit dit door verbalisanten opgemaakte proces-verbaal blijkt dat op voornoemde datum aan de verbalisanten, door het personeel van ‘bundespolizei’, een persoon ter beschikking werd gesteld die verklaarde te zijn de verdachte, alsmede dat deze persoon ter beschikking diende te worden gesteld aan de ‘Nederlandse Justitie’ ingevolge een EAB van RC Amsterdam te Amsterdam d.d. 12 oktober 2022 (parketnummer: 13-139085-21). Uit het proces-verbaal blijkt voorts dat de verdachte op 4 december 2023 is aangehouden, en is overgedragen aan ‘personeel Nederlandse justitie’, die voor verdere afhandeling zal zorgdragen.
7. Uit de hiervoor onder randnummer 6 vermelde stukken – aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld – kan in ieder geval worden afgeleid (i) dat de verdachte in oktober 2022 in Duitsland is aangehouden en in hechtenis is genomen, (ii) dat de Nederlandse autoriteiten op 25 januari 2023 een EAB hebben uitgevaardigd om de verdachte te kunnen vervolgen in de onderhavige strafzaak, (iii) dat op 14 maart 2023 door de Duitse autoriteiten is beslist de verdachte aan Nederland over te leveren en (iv) dat deze overlevering op 4 december 2023 is geschied.
8. Hoewel op grond van het voorgaande niet met zekerheid kan worden gezegd dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep op 31 oktober 2023 (uit hoofde van overleveringsdetentie) van zijn vrijheid was beroofd, maken de door de raadsman overgelegde stukken zulks wel (zeer) waarschijnlijk. Daardoor betwijfel ik of de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien juist is geweest. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, dient de verdachte onder deze omstandigheden de mogelijkheid te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.5.Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan. Het middel is dus terecht voorgesteld.
Het tweede middel
9. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend, althans deze beslissing onvoldoende en/of onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.
10. Omdat het eerste middel slaagt, behoeft het tweede middel geen bespreking. Indien de Hoge Raad hierover anders oordeelt, ben ik uiteraard bereid zo nodig aanvullend te concluderen.
Slotsom
11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven. Wel merk ik op dat op 23 maart 2025 de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM afloopt.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 18‑02‑2025
De drie aan de verdachte tenlastegelegde feiten worden uitvoeriger omschreven in het EAB (zie bijlage 2, pagina 4).
Zie bijlage 3, pagina 1 en 2 (weergegeven onder randnummer i, ii en iii).
Daarnaast leid ik uit het stuk af dat de verdachte heeft verklaard dat hij nooit een vonnis heeft gekregen, dat hij ook niet aanwezig is geweest tijdens een rechtszaak bij de rechtbank Amsterdam, dat hij begin oktober 2022 in Nederland is vrijgelaten, dat hij op 19 oktober 2022 als toerist Duitsland is binnengekomen en dat hij op 21 oktober 2022 in Duitsland is gearresteerd (zie bijlage 3, pagina p. 3 en 4).
Vgl. bijv. HR 8 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:388; HR 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:561; HR 10 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1759; HR 13 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:574; HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:985 en HR 6 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:166.