De strafzaak en de ontnemingszaak zijn in hoger beroep gelijktijdig, maar zonder voeging, behandeld op dezelfde terechtzitting, te weten 27 juni 2019 om 14:20 uur. De dagvaarding en de oproeping zijn samen en tegelijkertijd, door middel van één betekeningsakte, betekend.
HR, 13-04-2021, nr. 19/03291
ECLI:NL:HR:2021:574
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13-04-2021
- Zaaknummer
19/03291
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2021:574, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑04‑2021; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:377
ECLI:NL:PHR:2021:377, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑03‑2021
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:574
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2021-0100
RvdW 2021/472
Uitspraak 13‑04‑2021
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegd stuk. Art. 416.2 Sv. P-v van tz. in h.b. houdt in dat noch betrokkene noch zijn raadsman is verschenen, waarna hof verstek heeft verleend. HR: Op gronden vermeld in CAG (in verbinding met CAG in samenhangende strafzaak 19/03197) is achteraf bezien ’s hofs beslissing om tegen betrokkene verstek te verlenen en onderzoek op tz. voort te zetten, onjuist. Wegens groot belang van betrokkene om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet betrokkene mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. CAG: Uit aan schriftuur gehechte stukken (aan herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld) moet worden afgeleid dat betrokkene t.t.v. behandeling van zijn ontnemingszaak in h.b. uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat aan recht van betrokkene om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is tekortgedaan. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/03197.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/03291 P
Datum 13 april 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2019, nummer 21/003688-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel stelt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen betrokkene. Het voert daartoe aan dat de betrokkene tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 in verbinding met de conclusie van de advocaat-generaal in de samenhangende strafzaak tegen de betrokkene met nummer S 19/03197 is achteraf bezien de beslissing van het hof om tegen de betrokkene verstek te verlenen en het onderzoek op de terechtzitting voort te zetten onjuist. Wegens het grote belang van de betrokkene om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet de betrokkene de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat de uitspraak van het hof moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2.3
Het cassatiemiddel is dus terecht voorgesteld.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2021.
Conclusie 02‑03‑2021
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Verstekverlening, detentie uit anderen hoofde. Op gronden vermeld in CAG (in verbinding met CAG in samenhangende strafzaak 19/03197) is achteraf bezien ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en onderzoek op tz. voort te zetten onjuist. Wegens grote belang verdachte om bij behandeling van zaak aanwezig te zijn, moet verdachte mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: Uit aan schriftuur gehechte stukken – aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld – moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. behandeling van zijn strafzaak in h.b. uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ttz. voort te zetten, achteraf bezien onjuist was en dat aan recht verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is tekortgedaan]. Samenhang met 19/03197.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/03291 P
Zitting 2 maart 2021 (bij vervroeging)
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.
1. De betrokkene is bij arrest van 27 juni 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/03197. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mr. R.J. Baumgardt, mr. P. van Dongen en mr. S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel bevat de klacht dat de betrokkene ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om verstek te verlenen tegen de betrokkene en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien, onjuist was.
5. De inhoudelijke klacht van het middel, alsmede de feitelijke gang van zaken rondom de betekening van de dagvaarding respectievelijk de oproeping van de veroordeelde in hoger beroep, het verhandelde ter terechtzitting van 27 juni 2019 en de inhoudelijke beslissing van het gerechtshof, zijn in de samenhangende strafzaak en de onderhavige ontnemingszaak identiek.1.Derhalve verwijs ik voor de bespreking ervan naar het (enige) middel in de samenhangende strafzaak.
6. Het middel is terecht voorgesteld.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 02‑03‑2021