Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/4.1:4.1 Inleiding
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS579486:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 28 juni 1996 (De Nieuwe Woning/Staat), NJ 1997, 495 m.nt. HJS.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in hoofdstuk 1 al werd aangestipt, besliste de Hoge Raad in 1996 in het zogeheten 'rolrichtlijnen-arrest' dat het rolreglement van een rechtbank - een binnen die rechtbank vastgestelde rechtersregeling - onder bepaalde voorwaarden als 'recht' in de zin van art. 79 RO kan worden aangemerkt.1 Deze beslissing is om een tweetal redenen van groot belang voor de vraag naar de juridische betekenis van rechtersregelingen. In de eerste plaats is dit het geval vanwege de samenhang die waarschijnlijk zal bestaan tussen de kwalificatie van een rolreglement als 'recht' en de bindende werking daarvan. Een tweede belangrijk aspect van het rolrichtlijnen-arrest is dat, als gevolg van de kwalificatie van een rolreglement als recht in de zin van art. 79 RO, dit reglement vatbaar wordt voor toetsing in cassatie. Dit biedt de Hoge Raad in de eerste plaats de mogelijkheid de uitleg van deze rechtersregeling door de lagere rechter te controleren. Waar het gaat om rechtersregelingen (althans rolregle-menten) die landelijk 'gelden' kan de Hoge Raad zodoende een uniforme interpretatie daarvan waarborgen. Aldus is bovendien een bepaalde mate van controle mogelijk op de wijze waarop de desbetreffende regeling door de lagere rechter wordt toegepast.
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de betekenis van het rolrichtlijnen-arrest voor de vaststelling van en de gebondenheid aan rechtersregelingen. Hierbij zal overigens tevens aandacht worden besteed aan de vraag of ook andere rechtersregelingen dan rolreglementen onder het bereik van dit arrest kunnen worden gebracht. In aansluiting hierop zal in hoofdstuk 5 de concrete invulling van de voorwaarden die gelden voor kwalificatie van een rechtersregeling als 'recht' nader worden onderzocht. In hoofdstuk 6 wordt vervolgens nagegaan wat de gebondenheid aan een rechtersregeling die recht in de zin van art. 79ro vormt, precies inhoudt.