Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/5.3.1:5.3.1 Inleiding
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/5.3.1
5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS586360:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De FENEX Voorwaarden (de algemene voorwaarden van de Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek, versie van 1 mei 2018) zijn te raadplegen via https://www.fenex.nl/fenex-voorwaarden. De VOTOB-condities 2014 (algemene voorwaarden voor tankopslag in Nederland) zijn te raadplegen via www.votob.nl/downloads).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
190. Het retentierecht ontstaat meestal niet contractueel, maar min of meer per ongeluk: een partij die feitelijke macht heeft wordt niet betaald en weigert afgifte totdat de ander is nagekomen. Het is goed mogelijk dat een schuldeiser met feitelijke macht over zaken niet alleen een retentierecht, maar bovendien een vuistpandrecht verkrijgt.1 Voorbeelden van een bedongen vuistpandrecht én retentierecht zijn te vinden in art. 17 lid 2 en 3 FENEX Voorwaarden (de algemene voorwaarden van de Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek) en art. 54 VOTOB condities (de algemene voorwaarden voor tankopslag in Nederland).2 In deze paragraaf staat de positie van de schuldeiser die een retentierecht én een vuistpandrecht kan combineren centraal. We zouden zo’n partij een retinerende vuistpandhouder, of een vuistpandhoudende retentor kunnen noemen, maar deze termen zijn allebei lelijk. Ik duid hem hierna meestal aan als de ‘pandhouder-retentor’.
Er spelen een aantal vragen met betrekking tot de executie van de verpande en teruggehouden zaken door deze schuldeiser. De volgende drie stel ik achtereenvolgens in 5.3.2, 5.3.3 en 5.3.4 aan de orde: 1) wat gebeurt er met het retentierecht wanneer de pandhouder-retentor executeert door middel van parate executie, 2) wat gebeurt er met het pandrecht en met het retentierecht wanneer de pandhouder-retentor executeert door middel van beslagexecutie en 3) (wanneer) treedt rangwisseling op bij verdeling van de executieopbrengst, wanneer de zaken al eerder stil verpand waren aan een eerste pandhouder? In paragraaf 5.3.4 behandel ik dit laatste omdat het goed mogelijk is dat een retentierecht/vuistpandrecht wordt uitgeoefend op een stil verpande roerende zaak. Bij bedrijfsfinanciering is het gebruikelijk dat een kredietgever (bij voorbaat) stil pandrecht verkrijgt op alle roerende zaken van de kredietnemer. In dat geval komt een (stil) pandrecht tot stand op het moment dat de zaken in het vermogen van de pandgever komen. De verpande zaken zullen in de regel pas daarna in de macht van de schuldeiser, die wellicht later een retentierecht gaat uitoefenen, worden gebracht. In deze paragraaf zal worden bezien welke bescherming het vuistpandrecht en het retentierecht de schuldeiser met feitelijke macht over een zaak bieden, ten opzichte van de eerdere stil pandhouder. Vervolgens behandel ik door middel van twee intermezzi twee losstaande onderwerpen die ook te maken hebben met pand en retentierecht: in paragraaf 5.3.5 de verhouding tussen stil pandrecht en retentierecht in de Belgische Pandwet die op 1 januari 2018 in werking is getreden en in paragraaf 5.3.6 de positie van de pandhouder die zich verhaalt op een vordering waarvoor een retentierecht wordt uitgeoefend.