Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/11.6.1:11.6.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/11.6.1
11.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454221:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet bepaalt niet of de onderzoeker na de beëindiging van het onderzoek nog bepaalde nawerkzaamheden moet verrichten. Op één punt na (de vaststelling van de kosten van het onderzoek, in Aandachtspunt 5.4) komen de door de onderzoekers te verrichten nawerkzaamheden evenmin aan de orde in de Aandachtspunten. Dat neemt niet weg dat ook na beëindiging van het onderzoek de onderzoekers nog het een en ander moeten doen. Ongeacht de wijze waarop het onderzoek is geëindigd (door inlevering van het onderzoeksverslag ter griffie, vernietiging door de Hoge Raad van de beschikking waarbij het onderzoek is gelast of door beëindiging van het onderzoek door de Ondernemingskamer), zullen de onderzoekers hun kosten moeten laten vaststellen door de Ondernemingskamer. In § 11.6.2 ga ik hierop kort in. Voorts zullen de onderzoekers het dossier dat zij in het kader van het onderzoek hebben samengesteld, althans voorlopig, moeten bewaren. Dit komt aan de orde in § 11.6.3. Ook kan de Ondernemingskamer de onderzoekers vragen aanwezig te zijn tijdens de mondelinge behandeling om een toelichting te geven op het verslag of om een oordeel te geven over stellingen van feitelijke aard die partijen inmiddels naar voren hebben gebracht. Dit bespreek ik in § 11.6.4. Ten slotte ga ik in § 11.6.5 nog kort in op een mogelijke civielrechtelijke of tuchtrechtelijke klacht tegen de onderzoekers na afloop van de afronding van het onderzoek.