Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/3.2.2
3.2.2 Het Belgische recht
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90773:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Jansen TPR 2008/1, nr. 30; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20, 5° Hyp.W., nr. 2-3. Deze bepalingen staan in de Hypotheekwet. Deze wet staat in titel XVIII, Boek III van het Belgisch BW.
Byttebier 2005, nr. 446; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20, 5° Hyp.W., nr. 2.
Tilleman 2012, nr. 1132.
Zie over het voorrecht, hoofdstuk 3, paragraaf 3.3.1.
Dirix & De Corte 2006, nr. 274; Jansen TPR 2008/1, nr. 21; Jansen & Sagaert TPR 2012/3, nr. 140; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20, 5° Hyp.W., nr. 34.
François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20, 5° Hyp.W., nr. 2.
Dirix & De Corte 2006, nr. 277.
Byttebier 2005, nr. 446.
Dirix & De Corte 2006, nr. 277; Tilleman 2012, nr. 1140; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20, 5° Hyp.W., nr. 2. Zie over de buitengerechtelijke ontbinding: Stijns 2000, nr. 43-50.
Dirix & De Corte 2006, nr. 273.
Byttebier 2005, nr. 446 ; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20, 5° Hyp.W., nr. 2.
Tilleman 2012, nr. 1154; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20, 5° Hyp.W., nr. 5-6.
In het Belgische recht kan de leverancier de door hem verkochte en afgeleverde zaken bij de koper reclameren, indien laatstgenoemde in gebreke is met het betalen van de koopprijs. Evenals in het Nederlandse recht, komt deze bevoegdheid van rechtswege aan de leverancier toe. Art. 20, 5° 6e zin Boek 3 Belgisch Burgerlijk Wetboek (hierna Hyp.W.) biedt hiervoor de wettelijk grondslag.1 De leverancier heeft dit recht zowel buiten als tijdens het faillissement van de koper. Met dit recht van reclame is beoogd om de leverancier te beschermen in het geval hij met zijn koper afspreekt om gelijktijdig of kort na elkaar te presteren, waarna hij de eigendom overdraagt maar de koopprijs niet betaald krijgt.2 Hierom is de termijn voor uitoefening ook slechts acht dagen, gerekend vanaf het moment van levering. Deze strekking is vergelijkbaar met eerste functie van het recht van reclame in het Nederlandse recht, inhoudende dat de leverancier aan de koper een korte termijn kan geven om te betalen, zonder dat krediet wordt verstrekt. Partijen kunnen binnen deze periode ‘gelijk’ oversteken.
Naast de kortere termijn voor uitoefening van het recht van reclame, bestaan er meer verschillen tussen het Belgische en Nederlandse recht. Zo heeft de uitoefening van het recht van reclame in het Belgische recht andere gevolgen dan in het Nederlands recht. Door het reclameren van de zaken in het Belgische recht herkrijgt de leverancier slechts de onmiddellijke feitelijke macht over de zaken, maar niet de eigendom van de zaken. Ook wordt de koopovereenkomst niet ontbonden, anders dan in het Nederlandse recht. Het reclameren wordt zeer feitelijk opgevat in het Belgische recht. Het strekt er slechts toe om de zaken uit de feitelijke macht van de koper te halen, zowel buiten als tijdens het faillissement van de koper.3 Vervolgens kan de leverancier zijn voorrecht of zijn retentierecht uitoefenen of de koopovereenkomst ontbinden.4 Daarom wordt het reclamerecht ook wel een oneigenlijk revindicatierecht genoemd. De leverancier ‘revindiceert’ namelijk zaken die niet zijn eigendom zijn. Er is sprake van een geïsoleerde uitoefening.
De relevantie van het recht van reclame is met name hier in gelegen dat de leverancier deze drie rechten – het retentierecht, voorrecht of ontbindingsrecht – nog kan uitoefenen. Deze rechten vervallen namelijk als de zaken geen eigendom meer zijn van de koper. Door de zaken te reclameren, voorkomt de leverancier dat de zaken door de koper kunnen worden vervreemd aan een derde.5
De revindicatie middels het recht van reclame geschiedt dus zonder ontbinding. Dat een leverancier – niet meer zijnde de eigenaar – kan revindiceren is het gevolg van de Romeinse prijsbetalingsregel waarop het recht van reclame is gebaseerd. De oude regeling van het recht van reclame was gebaseerd op deze regel en is vervolgens ongewijzigd overgenomen in het huidige Belgische BW, terwijl de prijsbetalingsregeling niet is teruggekomen in het huidige BW.6 Het gevolg is dat de leverancier de feitelijke macht over de zaken kan opeisen met het recht van reclame, zonder dat hij eigenaar is.
Om de eigendom te herkrijgen dient de leverancier de koopovereenkomst te ontbinden.7 Ontbinding heeft in het Belgische recht zakelijke werking en terugwerkende kracht. De eigendom komt van rechtswege en met terugwerkende kracht weer toe aan de leverancier.8 De ontbinding dient de leverancier in rechte te vorderen op grond van art. 1184 en 1654 BBW, tenzij partijen uitdrukkelijk een ontbindend beding zijn overeengekomen in de zin van art. 1656 BBW.9 De rechter ontbindt de overeenkomst indien de tekortkoming voldoende ernstig is of nakoming niet meer mogelijk. Ook hiervan kunnen partijen afwijken bij overeenkomst. Ze kunnen bijvoorbeeld afspreken dat de leverancier de ontbinding mag vorderen zodra de koper in gebreke is met betaling van (een gedeelte van) de koopprijs.10 De leverancier kan ook ontbinding van de koopovereenkomst vorderen zonder het reclamerecht in te roepen.
Dit betekent niet dat ontbinding en het reclamerecht los van elkaar staan. Ontbinding van een koopovereenkomst waarin geen betalingstermijn is opgenomen, kan alleen als aan de vereisten voor uitoefening van het recht van reclame is voldaan, zo volgt uit 20, 5° 7e zin Hyp.W.11 Dit betekent dat de leverancier slechts in rechte ontbinding kan vorderen binnen een termijn van acht dagen na de aflevering van de zaken. Het ontbindingsrecht van de leverancier is dus zeer beperkt. Anderzijds leidt deze koppeling ertoe dat de ontbinding nog kan worden gevorderd tijdens het faillissement van de koper, hetgeen normaliter niet mogelijk is.12