Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/3.4:3.4 Conclusie en rechtsvergelijking
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/3.4
3.4 Conclusie en rechtsvergelijking
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS91005:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De drie rechtstelsels kennen op twee wijzen van rechtswege een voorrangspositie toe aan de leverancier die zaken op krediet levert.
Het Nederlandse, Belgische en Amerikaanse recht verstrekken aan de leverancier van rechtswege de bevoegdheid om de door hem geleverde zaken te reclameren bij de koper indien de koopprijs niet wordt betaald. Ondanks de vergelijkbare benamingen van deze rechtsfiguur in het Nederlandse, Belgische en Amerikaanse recht laat een vergelijking op detailniveau zien dat er vele verschillen zijn in de vormgeving en de gevolgen. Het meest opvallend zijn de verschillen in termijnen en de gevolgen van uitoefening van het recht.
Dit is slechts gedeeltelijk te verklaren aan de hand van de ratio achter het recht van reclame. In het Belgische recht is met het recht van reclame beoogd om de leverancier die zaken niet op krediet verkoopt maar tegen ‘gelijktijdige’ betaling te beschermen tegen niet-betaling door de koper. Daarom heeft de leverancier een termijn van acht dagen om te reclameren.1 In het Nederlandse recht is de strekking van het recht van reclame tweeledig. Naast bescherming van de leverancier die zaken levert tegen ‘gelijktijdige’ betaling, dient het ook tot zekerheid van betaling van de koopprijs van zaken die op krediet worden geleverd. Het Nederlandse recht kent daarom een termijn van zestig dagen na aflevering van de zaken en zes weken nadat de koopprijsvordering opeisbaar is geworden.2 De Amerikaanse wetgever tracht met het recht van reclame de leverancier de mogelijkheid te bieden om de gevolgen van het frauduleuze handelen – misrepresenation – van de koper ongedaan te maken. De koper creëert de schijn van solvabiliteit en koopt in zijn normale bedrijfsuitoefening zaken op krediet van de leverancier. Hierom kan de leverancier slechts zaken reclameren van een insolvente koper die zaken in diens normale bedrijfsuitoefening heeft gekocht op krediet. Als de koper de schijn niet heeft gecreëerd door middel van een schriftelijke verklaring, geldt buiten faillissement een termijn van tien dagen voor uitoefening van het recht van reclame. Alleen een leverancier die een korte betalingstermijn geeft, wordt beschermd door de wet. Deze termijn geldt niet als de koper de schijn actief creëert door middel van een geschreven misrepresentation of solvency. De leverancier vertrouwt in dat geval op de mededeling van de koper en zal veelal minder snel ontdekken dat de koper insolvent is. De wetgever wil de leverancier in dat geval beschermen tegen de actieve misleiding door de koper. Tijdens het faillissement van de koper geldt een termijn van vijfenveertig dagen nadat de koper de zaken heeft ontvangen en binnen twintig dagen na de faillietverklaring. Tijdens faillissement wil de wetgever namelijk de leverancier beschermen die vlak voor het faillissement van de koper zaken op krediet levert op basis van een onjuiste voorstelling van de solvabiliteit van de koper.3
Ook de gevolgen van het inroepen van het recht van reclame verschillen in de drie rechtsstelsels. In het Nederlandse en Amerikaanse recht heeft het inroepen van het recht van reclame tot gevolg dat de koopovereenkomst wordt ontbonden en de leverancier de eigendom van de zaken herkrijgt.4 Reclameert een leverancier de zaken in het Belgische recht, dan heeft dit slechts tot gevolg dat de zaken uit de feitelijke macht van de koper worden gehaald. Vervolgens dient de leverancier de koopovereenkomst te ontbinden om de eigendom te herkrijgen.5 De volgorde is in het Belgische recht dus omgedraaid. De zaken worden gerevindiceerd, waarna de koop wordt ontbonden. Dit is het gevolg van het implementeren van een oude regeling in het huidige Belgisch BW. Uiteindelijk wordt wel tot een vergelijkbaar resultaat gekomen in de drie rechtsstelsels. De leverancier herkrijgt de eigendom van de zaken. Op deze wijze bevindt de leverancier zich in dezelfde positie als voor de verkoop en levering van de zaken. Hij wordt op deze manier beschermd tegen niet-betaling van de koopprijs door de koper aan wie hij zaken levert en een korte betalingsperiode gunt, hetgeen de algemene strekking is van het recht van reclame in de drie rechtsstelsels.
Naast het reclamerecht verbinden het Belgische en Amerikaanse recht een voorrecht aan de koopprijsvordering van de leverancier. Aan de rechtsfiguren liggen echter uiteenlopende strekkingen ten grondslag die hun uitwerking vinden in de vormgeving van het voorrecht.
In het Belgische recht wordt aan de leverancier een voorrecht van de onbetaalde verkoper toegekend waarmee hij zich kan verhalen op de opbrengst van een zaak die hij heeft geleverd aan de koper, zowel tijdens als buiten het faillissement van de koper. Door de prestatie van de leverancier wordt het vermogen van de koper namelijk vergroot en is nu een verhaalsobject voor alle schuldeisers van de koper. Het zou onbillijk zijn als andere schuldeisers verrijkt worden ten koste van de onbetaalde leverancier, terwijl de vordering van de leverancier in een nauw verband staat tot (de opbrengst van) de geleverde zaak.6
In het Amerikaanse recht wordt de koopprijsvordering van de leverancier in de Bankruptcy Code aangemerkt als een administrative expense priority. De leverancier verkrijgt voorrang bij de uitkering uit de failliete boedel. Dit is een algemeen voorrecht. Dit voorrecht is ingevoerd omdat het reclamerecht niet goed functioneerde in de praktijk en dit met name onbillijk werd gevonden tijdens het faillissement van de koper. Met het voorrecht tracht de wetgever alsnog te bereiken dat de leverancier die zaken (op krediet) levert zonder een zekerheidsrecht te bedingen en waarbij de koper de leverancier impliciet of expliciet misleidt door een onjuiste voorstelling van diens solvabiliteit te geven, een voorrangspositie verkrijgt.7
De strekkingen zijn dus verschillend. Dit vindt zijn weerslag in de verschillen tussen de rechtsfiguren. Een illustratie vormt de – in vergelijking met het Belgische recht – beperkte reikwijdte van het voorrecht in het Amerikaanse recht. Het voorrecht is verbonden aan vorderingen uit de verkoop en levering van zaken aan een insolvente koper in diens normale bedrijfsuitoefening binnen twintig dagen voor faillietverklaring van de koper.8
De verschillende strekkingen kunnen echter niet alle verschillen verklaren. Niet duidelijk is bijvoorbeeld waarom het Belgische recht een bijzonder voorrecht toekent aan de leverancier en het Amerikaanse recht een algemeen voorrecht. Ook het verschil in rang van de voorrechten ten opzichte van andere zekerheidsrechten vloeit niet voort uit de verschillende ratio’s die aan de voorrechten ten grondslag liggen.