Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/4.2.1.2
4.2.1.2 Het voorbehouden pandrecht
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90970:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Van Mierlo, WPNR 1984, p. 279; Van Hees 1997, p. 19; Asser/Houben 7-X 2015/40.
HR 4 december 1998, NJ 1999/549; AA 1999, p. 288-296 (Potharst/Serrée). Er zijn gevallen te bedenken waarin de leverancier toch geen eerste pandrecht verkrijgt of van rang wisselt. Gedacht kan worden aan herverpanding of een geslaagd beroep op derdenbescherming door een schuldeiser met een tweede pandrecht. Op deze situaties ga ik in hoofdstuk 6, paragraaf 6.3.1 in.
Art. 3:98 jo. art. 3:83 jo. Art.3:84 BW.
Eindverslag I, Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 407-408; Steneker, WPNR 2008/6766, p. 648; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/597.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.1.4.
De leverancier kan zich in plaats van of in aanvulling op het eigendomsvoorbehoud een (stil) pandrecht voorbehouden. Hij draagt de zaak over onder voorbehoud van een pandrecht, zodat de koper een met pandrecht bezwaarde zaak verkrijgt.1 De leverancier behoudt zich een pandrecht voor op de geleverde zaak ten gunste van zichzelf.2 Dit is een eerste pandrecht, ook indien de koper alle toekomstige zaken al eerder in tijd bij voorbaat stil heeft verpand aan een andere schuldeiser.
In tegenstelling tot het eigendomsvoorbehoud kan het voorbehouden pandrecht strekken tot zekerheid van vorderingen die de leverancier op de koper heeft of zal verkrijgen uit welke hoofde dan ook (art. 3:231 BW). Het voorbehouden pandrecht kent aldus niet een met art. 3:92 lid 2 BW vergelijking beperking. Een nadeel van het pandrecht voor de leverancier ten opzichte van het eigendomsvoorbehoud is de wijze van vestiging.3 Het eigendomsvoorbehoud kan de leverancier vormvrij bedingen, maar voor de vestiging van een voorbehouden vuistloos pandrecht is een authentieke of een onderhandse geregistreerde akte vereist. Overigens moet ook aan de vereisten voor overdracht zijn voldaan, zo volgt uit art. 3:81 lid 1 BW.4 Een ander mogelijk nadeel is het nemen van verhaal op grond van het voorbehouden pandrecht. De verpande zaken moeten via een openbare of onderhandse verkoop worden geëxecuteerd, waarna de leverancier zich op de executieopbrengst kan verhalen.5 Bij het eigendomsvoorbehoud kan de leverancier de koopovereenkomst ontbinden en de eigendom revindiceren. De leverancier kan echter ook de zaak bij hem laten verblijven. Dit is vergelijkbaar met de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud, zodat in dit geval geen sprake is van een nadeel.