Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/4.2.3
4.2.3 Het Belgische recht
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90971:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Sagert & Del Corral 2015, nr. 65. Anders: Dirix & De Corte 2006, nr. 561; Jansen 2009, nr. 495; Dirix 2011, nr. 4 die het eigendomsvoorbehoud kwalificeren als een opschortende termijnbepaling.
Sagaert & Del Corral 2015, nr. 230; Sagaert 2017, nr. 46.
Sagaert 2017, nr. 43.
Dirix 2013, p. 9.
Sagaert 2017, nr. 7.
Zie art. 70 en 72 Pandwet.
Dirix 2013, p. 77, 80 en 122; Del Corral & Geurts, NTBR 2014/31.
Gruyaert TPR 2016/4, p. 1213; Storme 2018, p. 519-520. Zie voor de rechtvaardiging, hoofdstuk 2, paragraaf 2.4.1.
Sagaert & Del Corral 2015, nr. 74-75. Over de leveringshandeling ondanks het causale stelsel, Del Corral 2013, nr. 189-191. Zie over het schriftelijkheidsvereiste ook: Kh. Tongeren 6 april 1998, RW 1998-99, 338; Dirix & De Corte 2006, nr. 600; Dirix 2011, nr. 14-17; Sagaert & Del Corral 2015, nr. 80-86. Dit wijkt af van de vereisten voor vestiging van het pandrecht, hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.3.
Kh. Hasselt 19 augustus 2009, RW 2010-11, 1141; Sagaert 2017, nr. 14.
Registratie is echter wel mogelijk op grond van art. 26 jo. art. 29 lid 2 Pandwet. Registratie is zinvol als de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak onroerend wordt door incorporatie of indien de zaken worden doorverkocht.
Dirix & De Corte 2006, nr. 600; Dirix 2011, nr. 18-22; Sagaert 2017, nr. 14.
In het Belgische recht kan de leverancier een voorrangspositie verkrijgen door middel van een eigendomsvoorbehoud. De leverancier behoudt zich de eigendom van de geleverde zaak voor totdat de verschuldigde tegenprestatie is voldaan.1
Art. 58 Pandwet kent superprioriteit toe aan het eigendomsvoorbehoud. Dit houdt in dat het eigendomsrecht van de leverancier voorrang heeft boven zekerheidsrechten ten gunste van andere schuldeisers op dezelfde zaak, ongeacht het tijdstip van vestiging c.q. totstandkoming.2 Vanuit Nederlands perspectief lijkt deze bepaling wellicht overbodig, omdat het eigendomsvoorbehoud tot gevolg heeft dat de leverancier eigenaar blijft van de geleverde zaak tot de opschortende voorwaarde is vervuld.3 Dit is evenwel een formele benadering, terwijl de Belgische wetgever met de invoering van de Pandwet heeft gekozen om een functionele benadering ten grondslag te leggen aan het Belgische zekerhedenrecht. Deze benadering houdt kort gezegd in dat op soortgelijke zekerheidsfiguren dezelfde bepalingen van toepassing zijn, ook al berusten zij op verschillende juridische grondslagen.4 De wet gaat niet meer uit van een conceptuele, maar van een rationele en geïntegreerde behandeling van zakelijke zekerheidsrechten.5
Deze benadering leidt er concreet toe dat het eigendomsvoorbehoud en pandrecht zoveel als mogelijk hetzelfde worden behandeld.6 Een conflict tussen een eigendomsvoorbehoud en pandrecht moet bijvoorbeeld worden opgelost met toepassing van de prioriteitsregel in art. 57 Pandwet. Op grond van deze regel gaat een eerder (bij voorbaat) gevestigd pandrecht in rang boven een later overeengekomen eigendomsvoorbehoud. De Belgische wetgever maakt op deze prioriteitsregel een uitzondering door aan het eigendomsvoorbehoud superprioriteit te verbinden (art. 58 Pandwet).
Met de toekenning van superprioriteit heeft de Belgische wetgever beoogd om een sterkere voorrangspositie voor leverancierskrediet te creëren dan onder het oude recht het geval was.7 Dit wordt door de Belgische wetgever noodzakelijk geacht om leveranciers zaken op krediet te laten leveren ter bevordering van de handel en de economische groei. Zou de leverancier geen zekerheidsrecht met superprioriteit verkrijgen, dan kan of wil hij minder of helemaal geen zaken meer op krediet leveren aan zijn koper.Dit heeft negatieve gevolgen voor de onderneming van de koper en kan zelfs de continuïteit van diens onderneming in gevaar brengen. Daarnaast wordt de superprioriteit gerechtvaardigd op grond van de nauwe band tussen de geleverde zaak en de koopprijsvordering.8
De leverancier kan een eigendomsvoorbehoud verkrijgen door dit schriftelijk overeen te komen met de koper (art. 69 Pandwet).9 Anders dan naar Nederlands recht kan het eigendomsvoorbehoud niet vormvrij worden bedongen.10 De leverancier hoeft het eigendomsvoorbehoud echter niet in te schrijven in het Pandregister. Dit schrijft de wet wel voor als een zekerheidsnemer een zekerheidsrecht met derdenwerking wil krijgen, maar zondert het eigendomsvoorbehoud uit van de registratieplicht.11 Vervolgens komt de overdracht onder eigendomsvoorbehoud tot stand door het sluiten van een geldige koopovereenkomst. Dit is het gevolg van het consensuele stelsel van overdracht.12 De leverancier blijft eigenaar van de geleverde zaak totdat de koopprijs wordt betaald.