RvdW 2025/572:Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen van gewoontewitwassen, deelneming aan criminele organisatie en medeplegen van opzettelijk gebruik maken van valse geschriften. Redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof oordelen dat het geen aanleiding ziet om consequenties te verbinden aan overschrijding van redelijke termijn? Oordeel van hof dat het geen aanleiding ziet om consequenties te verbinden aan (o.m.) overschrijding van redelijke termijn in e.a. omdat bij strafoplegging in hoofdzaak rekening is gehouden met lange duur van behandeling, is niet z.m. begrijpelijk. Nog daargelaten dat in strafzaak in e.a. op eerdere datum uitspraak is gedaan dan in ontnemingszaak in e.a., volgt uit overwegingen van hof in strafzaak immers dat die strafvermindering alleen is toegepast ter compensatie van schending van redelijke termijn in fase van hoger beroep, en dus niet voor het tijdsverloop in e.a. HR doet zaak zelf af en vermindert aan betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 91.123 met € 5.000. Vervolg op HR 15 september 2020, RvdW 2020/1014.