Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/564
Diefstal d.m.v. verbreking van armbanden uit vitrine van juwelier (art. 311 lid 1 onder 5 Sr). 1. Bewijsklachten herkenning van verdachte als degene die te zien is op camerabeelden van diefstal. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van herkenning door verbalisant, art. 359 lid 2 Sv en wijze waarop hof een eigen waarneming bij bewijs (van herkenning) heeft betrokken. 2. Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Heeft hof beslissing op tul vordering toereikend gemotiveerd? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 15-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:566
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 april 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C. Caminada, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/04634
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:566, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:151, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑02‑2025
Essentie
Diefstal d.m.v. verbreking van armbanden uit vitrine van juwelier (art. 311 lid 1 onder 5 Sr). 1. Bewijsklachten herkenning van verdachte als degene die te zien is op camerabeelden van diefstal. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van herkenning door verbalisant, art. 359 lid 2 Sv en wijze waarop hof een eigen waarneming bij bewijs (van herkenning) heeft betrokken. 2. Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Heeft hof beslissing op tul vordering toereikend gemotiveerd? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04634
Datum ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.