Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.6.2:7.6.2 Oriëntatie
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.6.2
7.6.2 Oriëntatie
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454245:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nadat de onderzoekers hun benoeming hebben aanvaard,1 de rechtspersoon zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de kosten van het onderzoek en eventuele vrijwaring en verzekering zijn geregeld,2 zullen de onderzoekers zich eerst moeten oriënteren op hun opdracht.3 Voor de onderzoekers is het nuttig om te weten hoe de rechtspersoon is georganiseerd (in rechtspersonen, divisies, stafafdelingen etc.), wat de relevante gremia van de rechtspersoon zijn (het bestuur, de raad van commissarissen, het managementteam e.d.), hoe vaak die met elkaar overleggen, welke rapportagesystemen de rechtspersoon hanteert, hoe er wordt genotuleerd, hoe het voor het onderzoek relevante deel van de administratie van de rechtspersoon in elkaar zit, hoe er wordt gearchiveerd, etc. De onderzoekers kunnen dit onder meer in kaart brengen door de beschikking van de Ondernemingskamer en de processtukken te lezen en (informeel) gesprekken te voeren met het bestuur van de rechtspersoon, de secretaris van de rechtspersoon, een bedrijfsjurist of hun advocaten. Omdat deze oriënterende gesprekken informeel zijn, worden zij niet genotuleerd en dienen zij ook niet als basis voor onderzoeksbevindingen te worden gebruikt.4
In een curatieve of antagonistische enquête ligt het voor de hand dat de onderzoekers ook met de verzoeker spreken. In een inquisitoire enquête hangt dit af van de omstandigheden. Als de verzoeker geen rol heeft gespeeld in de feiten die tot de onderzoeksopdracht hebben geleid, lijkt dit niet noodzakelijk. Verder zullen de onderzoekers moeten overwegen of zij in dit stadium ook met andere partijen bij het onderzoek moeten spreken, ook als die geen verweerschrift in de eerstefaseprocedure hebben ingediend.
In deze fase van het onderzoek kunnen de onderzoekers al bepaalde documenten opvragen, zoals notulen, financiële rapportages en dergelijke, zodat zij zich kunnen inlezen. Verder zullen zij het onderzoeksdossier moeten inrichten.5
Na zich aldus een eerste indruk te hebben gevormd, zullen de onderzoekers moeten besluiten hoe zij het onderzoek gaan aanpakken en of zij daartoe voldoende middelen hebben. Dit moet, in beginsel, resulteren in het opstellen van een plan van aanpak.6