Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/132
Verordening Brussel II-bis. Definitiebepalingen; begrip ‘ongeoorloofde overbrenging of niet doen terugkeren van het kind’ als bedoeld in art. 2, punt 11; overdracht van kind en zijn moeder ter uitvoering van op grond van Verordening Dublin III vastgesteld overdrachtsbesluit dat na uitvoering nietig is verklaard.
HvJ EU 02-08-2021, ECLI:EU:C:2021:640 (A)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
2 augustus 2021
- Magistraten
J.-C. Bonichot, L. Bay Larsen, C. Toader, M. Safjan, N. Jääskinen
- Zaaknummer
C-262/21 PPU
- Conclusie
A-G P. Pikamäe
- Roepnaam
A
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2021:640, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 02‑08‑2021
ECLI:EU:C:2021:592, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 14‑07‑2021
- Wetingang
Art. 2 Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Verordening Brussel II-bis); Verordening (EU) nr. 604/2013 (Verordening Dublin III)
Essentie
A tegen B.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de korkein oikeus (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Finland) bij beslissing van 23 april 2021.
Verordening Brussel II-bis. Definitiebepalingen; begrip ‘ongeoorloofde overbrenging of niet doen terugkeren van het kind’ als bedoeld in art. 2, punt 11; overdracht van kind en zijn moeder ter uitvoering van op grond van Verordening Dublin III vastgesteld overdrachtsbesluit dat na uitvoering nietig is verklaard.
Art. 2, punt 11, Verordening Brussel II-bis moet aldus worden uitgelegd dat er geen sprake kan zijn van ongeoorloofde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.