Einde inhoudsopgave
RvdW 2013/1275
Insolventieverordening. Art. 24 lid 1; uitvoering van een verbintenis ‘ten voordele van de schuldenaar die is onderworpen aan een insolventieprocedure’; betaling aan schuldeiser van die schuldenaar.
HvJ EU 19-09-2013, ECLI:EU:C:2013:566 (Bruggenhout/Banque Internationale á Luxembourg)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
19 september 2013
- Magistraten
M. Ilešič, E. Jarašiūnas, A. Ó Caoimh, C. Toader, C.G. Fernlund
- Zaaknummer
C-251/12
- Conclusie
A-G J. Kokott
- Roepnaam
Bruggenhout/Banque Internationale á Luxembourg
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Europees insolventierecht
EU-recht / Rechtsbescherming
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2013:566, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 19‑09‑2013
- Wetingang
Art. 24 Verordening (EG) nr. 1346/2000 (Insolventieverordening)
Essentie
Chr. van Bruggenhout e.a. tegen Banque Internationale à Luxembourg SA.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Rechtbank van Koophandel te Brussel (België) bij beslissing van 14 mei 2012.
Insolventieverordening. Art. 24 lid 1; uitvoering van een verbintenis ‘ten voordele van de schuldenaar die is onderworpen aan een insolventieprocedure’; betaling aan schuldeiser van die schuldenaar.
Art. 24, lid 1. van de Insolventieverordening moet aldus worden uitgelegd dat een betaling in opdracht van een aan een insolventieprocedure ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.