Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.7.3
6.7.3 Uitoefening van andermans vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS583646:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Heeft de stille cessionaris evenwel schade geleden uit onrechtmatige daad, en had een derde die geen schuldeiser is ook schadevergoeding kunnen vorderen, zoals bij productaansprakelijkheid of bij door de gemeente uitgegeven verontreinigde grond, dan kan de schuldenaar geen beroep doen op een eventuele exoneratieclausule jegens de oorspronkelijke schuldeiser, als de cessionaris hem rechtstreeks aanspreekt uit onrechtmatige daad.
Vgl. hiervóór nr. 167. voor het (andere) geval waarin het de eigen vordering van de lasthebber betreft, Asser/Kortmann 2-1 2004, nr. 121 e.v.; Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV* 2009, nr. 249; Du Perron 1999b, p. 321 e.v.
379. Gaat het beding tot beperking of uitsluiting van de aansprakelijkheid als nevenrecht op de stille cessionaris over, dan is het de vraag of de schuldenaar dit beding ook aan de schuldenaar kan tegenwerpen. Het antwoord luidt in twee opzichten bevestigend.
Is een derde inningsbevoegd ten aanzien van andermans hoofdvordering, dan bepaalt een beding tot beperking of uitsluiting van aansprakelijkheid het ontstaan en de hoogte van de vervangende en aanvullende schadevergoedingsvorderingen. De derde die deze schadevergoedingsvordering kan innen, dient het beding tegen zich te laten gelden. Hij kan niet meer rechten uitoefenen dan aan de schuldeiser toebehoren. Dat geldt ook voor de inningsbevoegde stille cedent. Omdat het beding als nevenrecht met de hoofdvordering op de stille cessionaris overgaat en de stille cessionaris uit dien hoofde aan het beding gebonden is,1 en de stille cedent niet meer rechten kan uitoefenen dan de stille cessionaris heeft, kan de schuldenaar dit beding ook zonder art. 3:94 lid 3 BW aan de stille cedent tegenwerpen ten aanzien van schadevergoedingsvorderingen die zijn ontstaan bij de stille cessionaris. Hetzelfde geldt óók als de stille cedent een dergelijk beding met de schuldenaar aangaat na de stille cessie. Door het aangaan van het beding wordt de vordering gewijzigd en is de stille cessionaris om die reden aan het beding gebonden.2
Verkrijgt de inningsbevoegde derde een eigen schadevergoedingsvordering jegens de schuldenaar uit hoofde van onrechtmatige daad, dan kan de schuldenaar een beding tot beperking of uitsluiting van aansprakelijkheid dat hij is overeengekomen met de schuldeiser niet aan de inningsbevoegde derde tegenwerpen. Op grond van art. 3:94 lid 3 BW is dit anders voor de stille cessie. De schuldenaar kan een dergelijk beding op grond van deze bepaling ook aan de stille cedent tegenwerpen ten aanzien van schadevergoedingsvorderingen die zijn ontstaan in het vermogen van de stille cedent.