Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/5.3.4.2
5.3.4.2 'Right to adversarial proceedings'
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS581917:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer: EHRM 20 februari 1996 (Lobo Machado/Portugal), Reports 1996-1, p. 195 e.v.; EHRM 20 februari 1996 (Vermeulen/België), Reports 1996-1, p. 224 e.v.; EHRM 18 februari 1997 (Nideröst-Huber/Zwitserland), NJ 1998, 590; EHRM 27 maart 1998 (J.J./ Nederland), NJ 1999, 110 m.nt. DA onder NJ 1999, 111; EHRM 27 maart 1998 (K.d.B/ Nederland), NJ 1999, 111 m.nt. DA; EHRM 14 juni 2001 (Kress/Frankrijk), NJ 2001, 592; EHRM 26 februari 2002 (Fretté/Frankrijk), NJ 2002, 553 m.nt. SVV.
Zie EHRM 30 oktober 1991 (Borgers/België), NJ 1992, 73 m.nt. EAA en ThWvV, alsmede de in de vorige noot genoemde arresten.
Aldus EHRM 27 maart 1998 (JJ/Nederland), NJ 1999, 110 m.nt. DA onder NJ 1999, 111 (r.o. 42).
EHRM 18 februari 1997 (Nideröst-Huber/Zwitserland), NJ 1998, 590.
EHRM 18 februari 1997 (Nideröst-Huber/Zwitserland), NJ 1998, 590 (r.o. 26).
Zie § 4.4.5.3 en § 6.2.2.
Vgl. Martens 1997, p. 22.
In gelijke zin Martens 1997, p. 22.
Blijkens de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens houdt het right to adversarial proceedings in dat partijen het recht hebben om kennis te nemen van, en zich uit te laten over, 'all evidence adduced or observations filed with a view to influencing the court's decision'.1 Dit betekent bijvoorbeeld dat partijen in de cassatiefase in de gelegenheid gesteld moeten worden te reageren op de conclusie die door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad wordt genomen.2 In twee zaken tegen Nederland is een en ander door het EHRM als volgt onderbouwd:
"(G)reat importance must be attached tot the part played in the proceedings before the Supreme Court by the member of the Procurator-General's department and more particularly to the content and effects of his submissions. These contain an opinion which derives its authority from that of the Procurator-General's department itself. Although it is objective and reasoned in law, the opinion is nevertheless intended tot advise and accordingly influence the Supreme Court."3
Hoewel de conclusie van de Procureur-Generaal te beschouwen is als een onafhankelijk en objectief advies, dient deze wel ertoe het uiteindelijke oordeel van de rechter te beïnvloeden. Bovendien komt aan de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, en daarmee aan zijn conclusies, een bepaald gezag toe. Daarom moeten partijen de mogelijkheid hebben op de conclusie te reage-ren.4
In een Zwitserse zaak werd eveneens bij het EHRM geklaagd over een schending van het right to adversarial proceedings.5 In casu had het Kantons-gericht tegen de beslissing waarvan hoger beroep was ingesteld, de stukken van de zaak doorgezonden naar het federale hof, vergezeld van een zogeheten 'Stellungnahme zur Berufung': een voorblad met opmerkingen waarin uiteen werd gezet waarom naar de mening van het Kantonsgericht het beroep zou moeten worden verworpen. Deze 'Stellungnahme' was echter niet in afschrift aan partijen toegezonden, zodat zij niet in de gelegenheid waren geweest zich daarover uit te laten. Het EHRM oordeelde dat art. 6 EVRM inderdaad was geschonden:
"The Court notes that even though the observations ran only to one page they nevertheless constituted a reasoned opinion on the merits of the appeal, and explicitly called for it to be dismissed. As the Delegate of the Commission observed, they were therefore manifestly aimed at influencing the Federal Court's decision. (-) In any event, as the observations came from an independant tribunal which, furthermore, had a thorough knowledge of the file, it is unlikely that the Federal Court would have paid them no heed."6
Ook uit deze uitspraak blijkt dat voornamelijk van belang is in hoeverre een van een andere instantie afkomstig advies of opinie geacht kan worden het oordeel van de beslissende rechter(s) te beïnvloeden, bijvoorbeeld omdat dit advies gebaseerd is op een grondige kennis van het dossier. Is dat aannemelijk, dan dienen partijen van het desbetreffende advies ten eerste op de hoogte te worden gesteld, en ten tweede de mogelijkheid te krijgen daarop te reageren.
Kan nu uit deze jurisprudentie van het ehrm worden afgeleid dat art. 6evrm ook de eis stelt dat partijen zich over de resultaten van rechterlijk overleg (neergelegd in rechtereregelingen) moeten kunnen uitlaten, zelfs wanneer deze door de betrokken rechters zélf niet als bindend bedoeld zijn? Dit zou immers meebrengen dat ook dergelijke regelingen steeds bekend moeten worden gemaakt.
Een belangrijk verschil met de zojuist besproken gevallen is dat het daarin steeds een opinie of advies betrof dat toegespitst was op het oordeel in een concrete zaak, waarbij ook de feitelijke omstandigheden van die zaak in het advies betrokken waren. Om deze reden moeten partijen in de gelegenheid gesteld worden zich erover uit te laten: dergelijke adviezen geven immers aan tot welke beslissing de rechter in het concrete geval zou moeten komen. Rechtersregelingen zijn daarentegen in algemene termen geformuleerd, en geven niet altijd zonder meer aan hoe de uiteindelijke beslissing van de rechter dient te luiden. De rechter moet de regeling immers nog toepassen op de feiten van het concrete geval (waarbij hij, onder omstandigheden, ook van de regeling zal kunnen afwijken7). Daarnaast zijn sommige rechtersregelingen door de betrokkenen uitdrukkelijk als niet-bindend bedoeld. Juist tegenover een dergelijke regeling zal de rechter bij zijn uiteindelijke beslissing vrij kunnen (en moeten) staan.8 Het niet publiceren daarvan komt naar mijn mening dan ook niet in strijd met het in art. 6evrm neergelegde right to adversarial proceedings.9 Anders zou dit kunnen liggen wanneer een rechtersregeling door de betrokken rechters wél als bindend is bedoeld (bijvoorbeeld wanneer binnen een gerecht is afgesproken een bepaalde rechtersregeling voortaan toe te passen). In dat geval is immers, net zoals in de hierboven besproken gevallen, sprake van een regeling die geacht kan worden de beslissing van de rechter (tot op zekere hoogte) te beïnvloeden. Niet uitgesloten acht ik dat het right to adversarial proceedings dan meebrengt dat partijen in de gelegenheid moeten zijn zich over de rechtersregeling in kwestie uit te laten, zodat een dergelijke regeling bekendgemaakt dient te worden. Geheel zeker is dit echter niet nu, zoals eerder opgemerkt, een rechtersregeling in zoverre verschilt van de hiervóór besproken opinies of adviezen dat een rechtersregeling nog niet is toegespitst op (de feiten van) het concrete geval, maar juist een algemene strekking heeft.