Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.5.4.1
3.5.4.1 Algemeen
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588296:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
De opvatting van Vermeulen dat uit het inleidende processtuk 'op straffe van niet-ontvankelijkheid [moet] blijken dat niet pro se, maar namens een of meer met naam te noemen derden wordt geprocedeerd' is dan ook te algemeen gesteld. Zie F.E. Vermeulen 2005, p. 167, l.k.
De stelling van Vermeulen dat de 'processuele wederpartij [ ... ] er – uiteraard – een recht op [heeft] om te weten tegen wie hij procedeert' is derhalve te algemeen gesteld. Zie F.E. Vermeulen 2005, p. 169, l.k.
Zie HR 14 mei 1965, NJ 1965, 361; HR 2 april1993, NJ 1993, 573 (NVPI/Snelleman), m.nt. DWFV; HR 2 december 1994, NJ 1996,246 (ABN Amro/Coopag Finance), m.nt. DWFV; HR 21 november 2003, NJ 2004, 130 (Hermans/Fortis); HR 12 maart 2004, NJ 2009, 549 (XS4ALL), m.nt. P.B. Hugenholtz onder NJ 2009, 551; HR 9 januari 2004, JBPr 2004, 21, m.nt. A.S. Rueb; en HR 22 oktober 2004, NJ 2006, 202 (Brink/ABN Amro), m.nt. HJS. Vgl. F.E. Vermeulen 2005, p. 167, l.k.; Asser 1999, par. 4.1; Hugenholtz/Heemskerk 2009, nr. 26 (en vgl. nr. 27 ten aanzien van vennootschappen).
Zie HR 2 april 1993, NJ 1993, 573 (NVPI/Snelleman), m.nt. DWFV. Zij zal zich in die hoedanigheid wel in die procedure kunnen voegen, aldus de Hoge Raad. Zie o.a. ook Winters 2004, p. 70-71; F.E. Vermeulen 2005, p. 168 en nt. 23. Zie over voeging hieronder. Door de voeging in hoedanigheid blijft één en dezelfde formele procespartij bij de procedure betrokken. Zij treedt voortaan echter niet alleen pro se, maar ook ten behoeve van de procespartij op die zich in de procedure heeft gevoegd. Hierdoor wordt het materiële geschil niet uitgebreid. Er komt geen verandering in de rechten en verplichtingen die het onderwerp van geschil vormen. Een voeging in hoedanigheid levert het bijzonder geval op dat de formele procespartij steeds twee keer de desbetreffende proceshandeling verricht, dus twee keer een conclusie van antwoord neemt of twee keer pleidooi voert: eenmaal pro se en eenmaal in hoedanigheid. De tweede proceshandeling dient de eerste te ondersteunen, terwijl beide stand punten door dezelfde formele procespartij te berde worden gebracht. De toevoegde waarde is onduidelijk. In latere rechtspraak heeft de Hoge Raad de mogelijkheid van voeging in hoedanigheid niet meer genoemd. Zie HR 21 november 2003, NJ 2004, 130 (Hermans/Fortis); HR 9 januari 2004, JBPr 2004/21, m.nt. A.S. Rueb en TCR 2004/3, p. 71, m.nt. B. Winters; HR 12 maart 2004, NJ 2009/549 (XS4ALL), m.nt. P.B. Hugenholtz onder NJ 2009/551; HR 22 oktober 2004, NJ 2004, 120. In het XS4ALL-arrest oordeelde de Hoge Raad zelfs dat 'een procespartij noch door wijziging van eis, noch anderszins [mijn cursief], in hoger beroep of in cassatie als procespartij in een andere hoedanigheid kan optreden dan die waarin hij zijn vordering in eerste aanleg heeft ingesteld'.
131. Procedeert de stille cedent, dan zullen de schuldenaar en de rechter in beginsel in de veronderstelling verkeren dat hij in rechte nakoming vordert van zijn eigen vordering, en niet van een vordering die aan een ander toebehoort. Dient de stille cedent kenbaar te maken dat hij niet voor zichzelf, maar in hoedanigheid van lasthebber procedeert? Zo ja, dient de stille cedent daarbij ook de identiteit van diens lastgever (de stille cessionaris) kenbaar te maken?
In een procedure dient vanaf het begin duidelijkheid te bestaan over welke rechten en/of verplichtingen het onderwerp van geschil zijn. Als een formele procespartij procesbevoegd is om voor zichzelf te procederen en ten aanzien van andermans rechten en verplichtingen, kan onduidelijkheid bestaan of hij procedeert ten aanzien van zijn eigen rechten en/of verplichtingen (pro se) of ten aanzien van andermans rechten en/of verplichtingen (q.q.).
Bijvoorbeeld, in een aansprakelijkheidsprocedure kan een formele procespartij als eiser voor zichzelf schade vorderen, maar ook voor een ander als gevolmachtigde. Een deelgenoot kan voor zichzelf ten aanzien van zijn aandeel in het gemeenschappelijke goed een uitspraak ontlokken aan de rechter, maar ook ten aanzien van het gemeenschappelijke goed ten behoeve van de gezamenlijke deelgenoten. Een gescheiden ouder kan van de andere ouder nakoming vorderen van diens onderhoudsverplichting voor zichzelf, maar ook voor zijn of haar kinderen. In alle gevallen is de formele procespartij als eiser ten aanzien van beide vorderingen bevoegd, maar dient zij aan te geven of zij voor haarzelf of in hoedanigheid procedeert om misverstanden over de vordering die het onderwerp van het geschil is, te voorkomen. Hetzelfde geldt als een procespartij als gedaagde in een procedure wordt betrokken. Een curator kan pro se en in hoedanigheid aansprakelijk worden gesteld. In het eerste geval wordt hij in persoon aansprakelijk gesteld; in het tweede geval komt de aansprakelijkheid voor rekening van de faillissementsboedel. Een schuldeiser van een vennootschap onder firma heeft twee vorderingen: één jegens de afzonderlijke vennoten in persoon en één jegens de vennootschap, waarvoor het afgescheiden vermogen van de vennootschap aansprakelijk is. In het eerste geval wordt de vennoot pro se aansprakelijk gesteld; in het tweede geval wordt hij q.q. aansprakelijk gesteld. In alle gevallen is de formele procespartij als gedaagde ten aanzien van beide vorderingen procesbevoegd, maar dient de eiser aan te geven of hij zijn wederpartij pro se of q.q. in de procedure betrekt om duidelijk te maken van welke vordering in rechte nakoming wordt geëist. De vraag of de formele procespartij pro se of q.q. in de procedure is betrokken, is in deze gevallen beslissend voor het antwoord op de vraag om welke rechten en/of verplichtingen het gaat. Aan het begin van de procedure dient derhalve vast te staan in welke hoedanigheid de formele procespartij aan de procedure deelneemt.
Naar mijn mening dient alleen kenbaar te zijn in welke hoedanigheid de formele procespartij aan de procedure deelneemt als dit nodig is om duidelijkheid te scheppen over de rechten en/of verplichtingen die het onderwerp van geschil zijn of om duidelijkheid te scheppen over de procesbevoegdheid van de formele procespartij. Als daarover geen misverstand kan bestaan, hoeft niet kenbaar te worden gemaakt dat de formele procespartij procedeert ten aanzien van andermans rechten en/of verplichtingen. Van een zelfstandig vereiste is geen sprake.1 Ook de identiteit van de materiële procespartij dient alleen bekend te zijn als dit nodig is om duidelijkheid te scheppen over welke rechten en/of verplichtingen het onderwerp van geschil zijn, of als dit nodig is om duidelijkheid te scheppen over de procesbevoegdheid van de formele procespartij. Ook hier is geen sprake van een zelfstandig vereiste.2
132. Tijdens de procedure is een verandering in het materiële geding niet toegestaan. Een formele procespartij die in een bepaalde hoedanigheid in een procedure betrokken is, dient in die hoedanigheid in de procedure betrokken te blijven als door de verandering in zijn hoedanigheid het materiële geding verandert.3 Een verandering in hoedanigheid waardoor het materiële geding verandert, is derhalve niet toegestaan. Bijvoorbeeld, treedt een formele procespartij tijdens de procedure in hoger beroep voor het eerst óók als gevolmachtigde ten behoeve van een ander op, dan verandert het materiële geding en is dit niet toegestaan.4 Treedt door de verandering in hoedanigheid daarentegen geen verandering op in het materiële geding, dan is een dergelijke verandering toegestaan.