De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift
Einde inhoudsopgave
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/9.4.1:4.1 Inleidende opmerkingen
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/9.4.1
4.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
Mr. T.M. Subelack, datum 02-01-2024
- Datum
02-01-2024
- Auteur
Mr. T.M. Subelack
- JCDI
JCDI:ADS948076:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 3.3.4 van hoofdstuk 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
560. In deze paragraaf staat de vervanging van goederen in het tweetrapsvermogen centraal in verhouding tot de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen waarin de bezwaarde en/of verwachter zijn gehuwd. Daarbij speelt de zaaksvervangingsregeling van artikel 3:213 lid 1 BW een cruciale rol. Op grond van toepassing van die regeling zal vastgesteld moeten of nieuwe goederen die verkregen worden omdat de bezwaarde bevoegdelijk over de goederen van het tweetrapsvermogen heeft beschikt ook tot het tweetrapsvermogen gaan behoren. Het antwoord op die vraag beïnvloedt vervolgens ook de omvang van de huwelijksgemeenschap waarin de bezwaarde en verwachter zijn gehuwd. Van de nieuw verkregen goederen zal immers beoordeeld moeten worden of zij wel of niet in de huwelijksgemeenschap vallen waarin de bezwaarde en verwachter zijn gehuwd. Bovendien kunnen er bij de vervanging van goederen van het tweetrapsvermogen vergoedingsrechten en –plichten ontstaan, zowel wanneer de vervangende goederen niet krachtens zaaksvervanging tot het tweetrapsvermogen gaan behoren, als wanneer goederen krachtens zaaksvervanging daar juist wél toe zijn gaan behoren. Ook dit heeft gevolgen voor de omvang en samenstelling van de huwelijksgemeenschap waarin de bezwaarde en/of verwachter zijn gehuwd. In deze paragraaf zullen deze gevolgen nader worden onderzocht. Daartoe zal in paragraaf 4.2 eerst worden ingegaan op de toepassing van de regeling van zaaksvervanging van artikel 3:213 lid 1 BW op het tweetrapsvermogen. Daarna zullen in paragraaf 4.3 de gevolgen worden bekeken van de toepassing van dit artikel voor de huwelijksgemeenschap waarin de bezwaarde en/of verwachter zijn gehuwd. Daarbij zullen in een aantal subparagrafen verschillende situaties de revue passeren. In deze paragraaf is géén specifieke aandacht voor die gevallen waarin tot het fideï-commissaire vermogen een vordering tot betaling van een geldsom behoort die middels een girale betaling wordt geïnd. Verwezen wordt naar hetgeen daar in hoofdstuk 10 nog over opgemerkt zal worden.1 Daar komen dan zowel de gevolgen ten aanzien van het tweetrapsvermogen aan de orde, als de gevolgen voor de (omvang van de) huwelijksgemeenschap waarin de bezwaarde en/of verwachter zijn gehuwd.