Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/1.4.2.3
1.4.2.3 Wat is het doel van de wettelijke controle van 2:393 BW?
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS305330:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Beckman (2013), p. 551.
Ontleend aan: A. Dieleman (2011a), nr. 3 en IAS 1.13.
Braam en Damen (1996), p. 139-140.
www.NBA.nl, HRA, voorbeeldteksten, versie oktober 2017, 0.1.1 Goedkeurende controleverklaring, 0.1.1.1 Voorbeeldtekst igv jaarrekening obv Titel 9 Boek 2 BW (geengeconsolideerde jaarrekening opgesteld).
Artikel 2 lid 3 van de Vierde EEG-richtlijn.
Artikel 16 lid 3 van de Zevende EEG-richtlijn.
Richtlijn 78/660/EEG (PbEG 1978, L 222), artikel 2 lid 3 en 4. ‘Getrouw beeld’ betreft de Nederlandse vertaling van het Engelse begrip ‘true and fair view’. Thans: Richtlijn 2013/34/EU, artikel 4 lid 3 en 4 ‘een getrouw beeld van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst of het verlies van de onderneming’
Beckman en Krens, 4.1.1 begripsomschrijving. Er is veel kritiek op het inzichtvereiste, zie -naast Beckman- onder meer: Hijink (2010), p. 390, Ploeger (2004), p. 618-621, Bras 2006, p. 73-86.
In tegenstelling tot alle andere landen van de EU, waar de doelbepaling wel gelijkelijk is geformuleerd (Beckman (2013), p. 103/104).
Beckman (2013), p. 103/104. Zie ook: Zeff, Buijink & Camfferman (1999), p. 523-548.
Beckman (2009), p. 21.
Zeff, Buijink & Camfferman (1999), p. 523-548.
Beckman (2009), p. 21.
Hijink (2010), p. 391.
Dit vormt het uitgangspunt van de Vierde EEG richtlijn, maar tevens van IAS 1.15, zie Hijink (2010), p. 391.
Zie tevens: Hijink (2010), p. 391.
Het doel van een wettelijke controle in de zin van artikel 2:393 BW is het versterken van het vertrouwen van gebruikers in de financiële overzichten. De accountant tracht dit te bereiken door te oordelen of de financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten zijn opgesteld volgens het van toepassing zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving. Bij Dutch GAAP of EU IFRS (zie paragraaf 1.4.2.4.1 voor een uitwerking van deze stelsels) is hiervan sprake indien de financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten getrouw zijn weergegeven, dat wil zeggen een getrouw beeld geven in overeenstemming met dat stelsel.1 Het doel kan daarmee ook worden omschreven als: ‘te komen tot een verklaring omtrent de getrouwheid’ 2 van de financiële overzichten.
In het voorgaande vallen de begrippen ‘materieel belang’ en ‘getrouw beeld’ op. Dit zijn belangrijke beginselen bij de wettelijke controle, om welke reden ik daar nu eerst bij stil zal staan. Een afwijking is van materieel belang indien de weglating of onjuiste weergave, afzonderlijk of samen met andere afwijkingen, invloed heeft op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de financiële overzichten nemen.3 Materialiteit, of materieel belang, is afhankelijk van de omvang en aard van de afwijking en wordt beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. De inschatting wat van materieel belang is, is altijd een aangelegenheid van professionele oordeelsvorming. Het begrip professionele oordeelsvorming wordt nader uitgewerkt in paragraaf 4.4.3.4.
‘Oordeelsvormingen met betrekking tot de materialiteit worden gemaakt in het licht van de gegeven omstandigheden en worden beïnvloed door de perceptie die de accountant heeft van de behoeften aan financiële informatie die de gebruikers van de financiële overzichten hebben, alsmede door de omvang en de aard van een afwijking, of door een combinatie van beide. Het oordeel van de accountant heeft betrekking op de financiële overzichten als geheel, en daarom is de accountant niet verantwoordelijk voor het ontdekken van afwijkingen die niet van materieel belang zijn voor de financiële overzichten als geheel’.4
Ten aanzien van het begrip ‘getrouw beeld’ is het volgende van belang. De financiële verslaggeving moet een getrouw beeld geven van de financiële positie, de financiële prestaties en de kasstromen van een entiteit. Een getrouw beeld vereist een getrouwe weergave van de gevolgen van transacties, andere gebeurtenissen en omstandigheden, opgenomen overeenkomstig het geldende jaarverslaggevingsstelsel.5 Het begrip getrouw beeld representeert een samenvatting van de aspecten aanvaardbaarheid, toereikendheid, rechtmatigheid en betrouwbaarheid.6 Indien sprake is van een getrouw beeld, is de financiële verslaggeving in alle van materieel belang zijnde aspecten in overeenstemming met het van toepassing zijnde jaarverslaggevingsstelsel opgemaakt. De formulering ‘getrouw beeld’ komt als zodanig niet terug in de Nederlandse wetgeving.
Het begrip komt wel terug in de controleverklaring, alwaar onder andere de volgende zinsnede is opgenomen: “Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening eengetrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van... (naam entiteit(en)) per 31 december 201X (of bij een gebroken boekjaar: 30 juni 201X) en van het resultaat over 201X in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW’.7
Het begrip ‘getrouw beeld’ stamt oorspronkelijk uit de vierde8 en zevende9 EEG Richtlijn, waarin werd gesproken over een getrouw beeld van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap.10 Nederland is het enige land binnen de EU dat dit doel op eigen wijze – zo men wil ‘eigenwijze’11 – heeft weergegeven in de vorm van het inzichtvereiste van artikel 2:362 lid 1 BW.12 Het inzichtvereiste luidt: ‘De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon’ (artikel 2:362 lid 1 BW). Volgens Beckman moet aangenomen worden ‘dat hiermee hetzelfde wordt bedoeld als in de Europese jaarrekeningrichtlijnen’.13 Ik ben het met hem eens dat dat de bedoeling lijkt te zijn geweest.
Beckman merkt over het inzichtvereiste op dat de formulering ‘in Nederland wereldberoemd’ is. Zijns inziens denken velen dat deze formulering aan communautaire wetgeving is ontleend, waaronder leden van de Staten-Generaal.14
Weliswaar komt de formulering ‘getrouw beeld’ niet terug in de Nederlandse wetgeving en wordt in plaats daarvan het inzichtvereiste gehanteerd, er wordt wel gebruik gemaakt van het begrip ‘getrouw’. Zo dient ‘getrouw, duidelijk en stelselmatig’ de grootte van het resultaat en het vermogen alsmede de afleiding uit posten respectievelijk de samenstelling ervan te worden weergegeven (artikel 2:362 lid 2 en 3 BW). Voorts dient de accountant de uitslag van zijn onderzoek weer te geven in een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening (artikel 2:393 lid 5 BW). Daarnaast komt, zoals hierboven opgemerkt, het begrip terug in de controleverklaring.
Aan de begrippen ‘inzicht’ en ‘getrouw beeld’ in de Nederlandse wetgeving gaat een lange geschiedenis vooraf. Zie voor een uitvoerig en helder overzicht het artikel ‘True and fair’ in the Netherlands: inzicht or getrouw beeld’ van Zeff, Buijink en Camfferman.15 De conclusie van het artikel luidt: ‘In the Dutch situation, while one can accept that there is no obvious basis to decide between inzicht and getrouw beeld as the overriding criterion, one can question the necessity of the two concepts existing side by side. As our historical survey has shown, the concepts have been closely related, were often used interchangeably and are currently, strictly speaking, formally defined in terms of each other in the Rules of Conduct and Professional Practice of the audit profession’.
In hetzelfde artikel wordt tevens opgemerkt dat voor de Nederlandse regering de begrippen als gelijkwaardig worden beschouwd, hetgeen volgt uit het feit dat de begrippen onderling uitgewisseld worden in de memorie van toelichting bij de ‘Aanpassing van de wetgeving aan de vierde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht’.16 Aldaar is in de toelichting bij artikel 2:362 BW (voorheen artikel 2:308 BW) opgenomen: ‘Lid 1 is gelijk aan het huidige artikel 308 (thans: artikel 2:362 BW) en is tevens een weergave van artikel 2 lid 3 van de richtlijn; aan het daar genoemde vereiste inzake de financiële positie wordt voldaan door het voorschrift betreffende het inzicht in de solvabiliteit en liquiditeit, alsmede door het voorschrift, in de leden 2 en 3, betreffende de weergave van de samenstelling van vermogen en resultaat’.17
Beckman18 merkt echter op dat er wel degelijk een verschil is tussen beide begrippen en dit hangt samen met de toepassing in de praktijk.19 Bij de vaststelling of sprake is van een getrouw beeld, wordt volgens de communautaire jaarrekeningrichtlijnen gebruik gemaakt van een ‘downtop’ benadering, hetgeen inhoudt dat het wettelijk minimum wordt geacht een getrouw beeld te geven.20 Indien dit niet het geval mocht zijn, dan is aanvullende informatie vereist en in een uiterst geval moet afgeweken worden van de wettelijke bepaling, onder opgave van redenen. Het Nederlandse inzichtvereiste daarentegen wordt als een soort hoger doel gezien. Dit wordt ook wel de ‘topdown’ benadering genoemd of het ‘overall vereiste’. In dat geval wordt aan de hand van dit vereiste nagegaan of aanvullende informatie nodig is dan wel of van de wetsvoorschriften moet worden afgeweken.21