Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/4.5.2
4.5.2 Noteringsvereisten
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS493893:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Euronext Mededeling 2005-027.
Zie art. A-2702/1 van het Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book II). De regels met betrekking tot de categorie Verhandeling zijn opgenomen in art. A-2406 van het Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book
Zie hiervoor art. 6601 onderdelen (i) en (ii), 6602 en 6608 van Euronext Rule Book (art. 42 en 52 van de Noteringsrichtlijn).
Onder competent authority wordt in dit verband verstaan: de overheidsinstantie of het zelfregulerend orgaan in België, Frankrijk, Nederland, Portugal of het Verenigd Koninkrijk dat bevoegd is voor de betrokken aangelegenheid (art. 1.1 van Euronext Rule Book 1), in casu een beslissing over de toelating tot de notering.
Ik zou menen dat dit vereiste van Euronext Amsterdam niet in de weg hoeft te staan aan het invoeren van bijvoorbeeld een loyaliteitsdividend zoals DSM N.V. dat voornemens was te doen. Zie HR 14 december 2007, NJ2008, 105 m.nt. J.M.M. Maeijer; JOR 2008/11 m.nt. A. Doorman (DSMN. V). Daarvoor zal dan mijns inziens wel nodig zijn dat dit reglementaire vereiste wordt uitgelegd in het licht van art. 2:92 lid 1 BW, waarvoor in art. 6602 van Euronext Rule Book 1 ook een grondslag bestaat door de verwijzing naar 'National Regulations'. In art. 2:92 lid 1 BW wordt bepaald dat, voor zover bij de statuten niet anders is bepaald, aan alle aandelen in verhouding tot hun bedrag gelijke rechten en verplichtingen zijn verbonden. Volgens de Hoge Raad is deze regeling van regelend recht, nu daarvan in de statuten kan worden afgeweken. Uit de tekst en de strekking van deze bepaling volgt volgens de Hoge Raad niet dat een statutaire afwijking van deze hoofdregel slechts mogelijk is met betrekking tot aandelen van een bepaalde soort.
Zie art. 6603 en 6605 van Euronext Rule Book 1 (art. 45, 46, 53 en 54 van de Noteringsrichtlijn).
Zie art. 6606 van Euronext Rule Book 1 (art. 59 van de Noteringsrichtlijn).
Zie verder voor dit begrip Grundmann-van de Krol, Koersen door de Wet op het financieel toezicht (2010), p. 92-94.
Wanneer de effecten van een uitgevende instelling worden toegelaten tot de notering, maken zij deel uit van het marktsegment 'Eurolist by Euronext'.1 Bij een zogeheten 'introductie' — ook wel beursintroductie genoemd — kan worden onderscheiden tussen: (i) introductie door emissie (hetzij door uitgifte van nieuwe effecten, hetzij door een herplaatsing van reeds eerder uitgegeven effecten of een combinatie van beide) en (ii) introductie door middel van verhandeling.2 Slechts in het eerste geval verkrijgt de uitgevende instelling een notering voor de door haar uitgegeven effecten. In het tweede geval kunnen de door de uitgevende instelling uitgegeven effecten weliswaar op Euronext Amsterdam worden verhandeld, maar heeft de uitgevende instelling geen notering voor haar effecten verkregen (zie verder § 4.4.4).
Teneinde voor de door haar uitgegeven effecten een notering te verkrijgen, dient de uitgevende instelling te voldoen aan de in de beide Rule Books gestelde toelatingscriteria. Een onderscheid kan daarbij worden gemaakt tussen: (i) algemene noteringsvereisten die gelden voor alle soorten effecten en (ii) aanvullende noteringsvereisten die gelden voor verschillende soorten effecten, zoals voor (certificaten van) aandelen, obligaties, deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen, trackers en warrants. Op beide noteringsvereisten zal hierna beknopt worden ingegaan.
(i) Algemene noteringsvereisten
In § 6.6 van Rule Book I zijn de algemene noteringsvereisten voor effecten neergelegd. Deze vereisten hebben betrekking op zowel de uitgevende instelling als de te noteren effecten. De belangrijkste algemene noteringsvereisten die aan de uitgevende instelling worden gesteld zijn:3
de rechtspositie en de rechtsvorm van de uitgevende instelling dienen in overeenstemming te zijn met de toepasselijke wet- en regelgeving, zowel wat betreft de oprichting als wat betreft de bedrijfsvoering op grond van haar statuten;
de uitgevende instelling dient te voldoen aan de vereisten van de desbetreffende competent authority;4
de uitgevende instelling dient te garanderen dat aan effecten van dezelfde soort identieke rechten zijn verbonden op grond van haar statuten en wetgeving;5 en
de uitgevende instelling is verplicht om voor alle effecten van dezelfde soort toelating tot de notering te vragen.
Met betrekking tot de effecten gelden onder meer nog als noteringsvereisten dat de effecten rechtsgeldig zijn of worden uitgegeven in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving en dat zij vrij overdraagbaar en verhandelbaar zijn.6 Effecten die de houders recht geven op andere effecten (`onderliggende effecten') komen alleen voor toelating tot de notering in aanmerking indien op het moment van de aanvraag: (a) de onderliggende effecten zijn toegelaten tot de notering op een gereglementeerde markt of op een buiten de Europese Unie gelegen soortgelijke markt of (b) voldoende garanties bestaan dat de onderliggende effecten tot een dergelijke markt worden toegelaten op het moment dat het recht om de onderliggende effecten te verwerven kan worden uitgeoefend.7
(ii) Aanvullende noteringsvereisten
Volgens § 6.7 van Rule Book I gelden per soort effecten nog enkele aanvullende noteringsvereisten.
(Certificaten van) aandelen en effecten met een aandelenkarakter
Op het moment van toelating tot de notering moeten voldoende effecten verspreid worden onder het publiek (free float). Dat is het geval indien hetzij de effecten voor ten minste 25% van het geplaatste kapitaal in handen van het publiek komt, hetzij gelet op het grote aantal effecten en de mate van verspreiding onder het publiek de markt naar het oordeel van Euronext Amsterdam ook met een lager percentage kan functioneren. Daarnaast geldt in het laatste geval de eis dat de waarde van de free float, berekend op basis van de uitgifteprijs, ten minste E 5 miljoen bedraagt. De uitgevende instelling moet bovendien over de voorafgaande drie boekjaren de door een externe accountant gecontroleerde jaarrekening gepubliceerd hebben.
Bedrijfsobligaties
Op het moment van toelating tot de notering moet het nominale bedrag van bedrijfsobligaties ten minste E 200.000 bedragen, tenzij het een doorlopende uitgifte betreft waarbij de omvang van de uitgifte nog niet is vastgesteld. Een aanvraag voor toelating tot de notering moet betrekking hebben op alle bedrijfsobligaties van gelijke rang. Euronext Amsterdam kan als voorwaarde voor toelating tot de notering bovendien verlangen dat (a) de bedrijfsobligaties een rating hebben of (b) een garantie voor betaling van de hoofdsom en de rente wordt verstrekt door een moedermaatschappij of een derde.
Deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen
Evenals voor (certificaten van) aandelen en effecten met een aandelenkarakter moet met betrekking tot deelnemingsrechten in een beleggingsinstelling voldaan worden aan het vereiste dat voldoende effecten verspreid worden onder het publiek. Voor de toelating van participatiebewijzen — dat wil zeggen bewijzen van deelgerechtigdheid in een beleggingsfonds voor gemene rekening — bevat Rule Book II specifieke bepalingen die onder meer betrekking hebben op de voorwaarden van beheer en bewaring.
Trackers
Een tracker (of volger) wordt in Rule Book I gedefinieerd als een icbe, zijnde een instelling voor collectieve belegging in effecten.8 Met een tracker wordt beoogd een bepaalde beursindex — zoals bijvoorbeeld de AEX of de Dow Jones Euro Stoxx 50 — zo nauwkeurig mogelijk te volgen. Toelating tot de notering van trackers is alleen mogelijk indien een liquidity provision agreement wordt gesloten met ten minste één liquidity provider (zodat de beurshandel zo nodig ondersteund zal worden) en, indien de trackers worden opgenomen in het NextTrack-segment van Euronext Amsterdam, tevens een inclusion agreement gesloten wordt op grond waarvan de uitgevende instelling zich onderwerpt aan de marktreglementering.
Warrants
Wanneer warrants niet worden uitgegeven door een krediet- of beleggingsinstelling of een entiteit die onderworpen is aan soortgelijk toezicht en bestuur, moet de uitgevende instelling er voor zorg dragen dat de verplichtingen ten aanzien van de warrants onvoorwaardelijk en onherroepelijk gegarandeerd zijn door een krediet- of beleggingsinstelling dan wel door een entiteit die onderworpen is aan soortgelijk toezicht. Euronext Amsterdam kan de toelating van warrants afhankelijk stellen van de totstandkoming van een liquidity provision agreement tussen Euronext Amsterdam en een liquidity provider en/of onderwerpen aan een minimale hoeveelheid per uitgifte of aan een minimale ordergrootte.
Andere verhandelbare effecten
Voor de toelating van andere effecten kan Euronext Amsterdam specifieke vereisten stellen die neergelegd worden in de zogenaamde Euronext Mededelingen. Ook is mogelijk dat Euronext Amsterdam bepaalt dat bepaalde verhandelbare effecten niet voor toelating tot de notering in aanmerking komen.
Effecten op basis van if-and-when-issued/delivered-basis
In § 6.8 van Rule Book I zijn aanvullende noteringsvereisten opgenomen voor effecten die nog niet zijn uitgegeven. Het gaat dan om een toelating op basis van ifl and-when-issued/delivered (zie hiervoor reeds § 4.4.5).